ECLI:NL:GHARL:2019:981
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor hinderlijk parkeren voor uitrit en op trottoir
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die een boete van €140,- oplegde wegens hinderlijk parkeren op 3 december 2016 in Amsterdam. De betrokkene werd beschuldigd van het zodanig parkeren dat verkeer werd gehinderd, specifiek voor een uitrit en op het trottoir.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat niet de juiste feitcode was gebruikt en dat de verbalisant niet vrij stond een sanctie op grond van de algemene bepaling van artikel 5 WVW Pro 1994 op te leggen, omdat de hinder al verdisconteerd zou zijn in specifieke feitcodes voor parkeren voor een uitrit en het niet gebruiken van de rijbaan.
Het hof oordeelde dat de verbalisant terecht een sanctie op grond van artikel 5 WVW Pro 1994 heeft opgelegd, omdat niet alle hinder geacht kan worden verdisconteerd in één specifieke gedraging. De verklaring van de verbalisant toonde aan dat zowel hinder voor verkeer van de uitrit als voor voetgangers bestond. De bezwaren van de gemachtigde werden verworpen en het verzoek tot proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €140,- voor hinderlijk parkeren op trottoir en voor uitrit.