ECLI:NL:GHARL:2019:984
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste oplegging administratieve sanctie verkeersvoorschriften volgens Wahv
In hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter over de oplegging van een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) betwist de gemachtigde van de betrokkene dat een sanctie correct is opgelegd. De betrokkene stelt dat de inleidende beschikking van 11 juli 2011 niet als sanctiebeschikking geldt omdat deze niet afkomstig is van de aangewezen ambtenaar.
Het hof onderzoekt de wettelijke vereisten voor het opleggen en bekendmaken van een sanctie volgens de Wahv en relevante uitvoeringsbesluiten. Het stelt vast dat het CJIB namens de aangewezen ambtenaar de beschikking heeft toegezonden en dat deze voldoet aan de wettelijke eisen. Het hof oordeelt dat het besluit tot oplegging van de sanctie door de aangewezen ambtenaar kan worden genomen door het aanleveren van gegevens aan het CJIB, dat vervolgens de beschikking opstelt en bekendmaakt.
Verder is vastgesteld dat de gedraging is vastgesteld door een bevoegde ambtenaar, die de gegevens aan het CJIB heeft verstrekt. De administratieve ondersteuning door een medewerker die de gegevens doorstuurt, doet hieraan niet af. Het hof concludeert dat de sanctie op juiste wijze is opgelegd en bevestigt het vonnis van de kantonrechter dat het beroep ongegrond verklaarde.
De overige aangevoerde bezwaren zijn onvoldoende concreet om tot vernietiging van de beslissing te leiden. Het hof bevestigt derhalve de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de administratieve sanctie op juiste wijze is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.