ECLI:NL:GHARL:2020:10016
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzet voordeel trekken uit misdrijf
In hoger beroep tegen een veroordeling wegens het opzettelijk voordeel trekken uit door misdrijf verkregen goed, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en verdachte vrijgesproken. Het hof oordeelde dat het strafdossier onvoldoende aanknopingspunten bevatte om vast te stellen dat verdachte het vereiste opzet had op de herkomst van het geld dat door medeverdachte was verkregen via niet-naleving van haar inlichtingenplicht.
De verdediging voerde een preliminair verweer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Dit verweer werd verworpen omdat overschrijding van de redelijke termijn niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid en het proces ondanks vertragingen nog als eerlijk werd beoordeeld.
Het hof stelde vast dat het opzet vereist is op zowel het voordeel trekken als de criminele herkomst van het voordeel. Dit opzet ontbrak volgens het hof. Daarom was het tenlastegelegde niet wettig bewezen en werd verdachte vrijgesproken. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld door het hof.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet op voordeel trekken uit door misdrijf verkregen goed.