Betrokkene is onherroepelijk veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit in de periode van april tot juli 2016. De politierechter had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €26.264,02, waarvan de helft werd opgelegd als betaling aan de Staat.
In hoger beroep vernietigt het hof deze beslissing en stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €2.500,-. Het hof acht aannemelijk dat er wel een eerdere oogst heeft plaatsgevonden, ondanks de ontkenning van betrokkene, mede op basis van politieonderzoek, getuigenverklaringen en aangetroffen sporen.
Het hof vindt de verklaring van betrokkene ongeloofwaardig en gaat ervan uit dat zij de ware schuldigen wil beschermen. Het bedrag is gematigd omdat rekening is gehouden met haar beperkte aandeel en vergoeding voor het beschikbaar stellen van de woning.
De verplichting tot betaling aan de Staat wordt eveneens vastgesteld op €2.500,-. De duur van de gijzeling die kan worden gevorderd wordt bepaald op maximaal 100 dagen, conform wettelijke bepalingen.
Het arrest is gewezen door het hof Arnhem-Leeuwarden op 1 december 2020 en vernietigt het eerdere besluit van de politierechter voor zover het bedrag betreft.