ECLI:NL:GHARL:2020:10033

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 december 2020
Publicatiedatum
2 december 2020
Zaaknummer
200.248.586/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:22 AwbArt. 11 WahvArt. 2, derde lid Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking geautomatiseerde roodlichtoverschrijding wegens onvoldoende bewijs

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het niet stoppen voor rood licht op 8 december 2017 te Utrecht. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

In hoger beroep stelt betrokkene dat de beslissing van de officier van justitie ondeugdelijk is gemotiveerd en dat de financiële omstandigheden niet zijn meegewogen. Het hof oordeelt dat de beslissing onvoldoende is gemotiveerd en dat de kantonrechter dit niet heeft onderkend.

De foto’s waarop de overtreding geautomatiseerd zou zijn vastgesteld, zijn donker en tonen het voertuig van betrokkene, het verkeerslicht en de stopstreep niet duidelijk. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat betrokkene het rode licht is gepasseerd.

Het hof vernietigt daarom de sanctiebeschikking en de beslissingen van de officier van justitie en kantonrechter. Tevens wordt betrokkene een proceskostenvergoeding van €1181,25 toegekend wegens de gemaakte kosten in de procedure.

Uitkomst: De sanctiebeschikking voor roodlichtoverschrijding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en betrokkene krijgt proceskostenvergoeding.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.248.586/01
CJIB-nummer
: 213022295
Uitspraak d.d.
: 2 december 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Midden-Nederland van 17 september 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de beslissing van de officier van justitie berust op een ondeugdelijke motivering. De officier van justitie heeft namelijk overwogen dat de Wahv er niet in voorziet om rekening te houden met de financiële omstandigheden van de betrokkene, terwijl de officier van justitie wel degelijk de bevoegdheid heeft om sancties te matigen op grond van de omstandigheden waarin de betrokkene verkeert, waaronder de financiële omstandigheden. Dit gebrek kan niet met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden gepasseerd. De kantonrechter heeft dit miskend volgens de gemachtigde.
2. Onder verwijzing naar het arrest van het hof van 26 juni 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:5328) overweegt het hof dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk is gemotiveerd en dat in dit geval geen toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in artikel 6:22 van Pro de Awb. De kantonrechter heeft dit niet onderkend. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Het hof zal het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren en die beslissing vernietigen. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.
3. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 december 2017 om 19:00 uur op de Graadt van Roggenweg thv perceel 400 in Utrecht met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
4. De gedraging wordt betwist. Op basis van de foto’s kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De foto’s zijn zeer donker en daaruit kunnen geenszins conclusies worden getrokken, aldus de gemachtigde.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De overtreding is geautomatiseerd met roodlichtapparatuur met twee foto’s digitaal/fotografisch vastgelegd.
Foto 1: Het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 0,5 seconden.
Foto 2: Circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden.”
6. In het dossier bevinden zich twee foto's van de gedraging. Gezien de gedraging op een winteravond heeft plaatsgevonden, zijn de foto’s (erg) donker. Te zien is dat er sprake is van een verkeersopstopping. Verschillende kentekens zijn opgelicht maar mede ook door de kwaliteit van de foto’s zijn niet alle kentekens (goed) leesbaar. Zoals ook die van het voertuig van de betrokkene; het voertuig van de betrokkene is niet waar te nemen op de foto’s. Ook de stopstreep en het verkeerslicht zijn op de foto’s niet te zien.
7. Op grond van de stukken in het dossier kan niet worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene het rode verkeerslicht is gepasseerd. Daarom kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting bij de kantonrechter dienen in totaal vier procespunten te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1181,25.
9. Het hof beslist als volgt.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1181,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.