Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Oost-Brabant van 28 augustus 2018, betreffende
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het niet volgen van de richting van de voorsorteerstrook op een rotonde te Beek en Donk op 19 april 2016. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze boete ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De gemachtigde van de betrokkene stelde in hoger beroep dat het recht om te worden gehoord in de administratiefrechtelijke procedure was geschonden en voerde aan dat de locatie en rijrichting onduidelijk waren, waardoor de overtreding niet voldoende kon worden geïndividualiseerd. Het hof stelde vast dat het verzoek om gehoord te worden terecht was gedaan en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie.
Het hof onderzocht vervolgens de feitelijke situatie en concludeerde dat de betrokkene op de linker voorsorteerstrook reed, die alleen bestemd was voor linksafslaand verkeer, maar in werkelijkheid rechtsaf sloeg richting Helmond. Dit was in strijd met artikel 62 jo Pro. 78 lid 1 RVV 1990. De overtreding stond vast en het beroep tegen de boete werd ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.