ECLI:NL:GHARL:2020:10057

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 december 2020
Publicatiedatum
3 december 2020
Zaaknummer
21-000657-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs gebruik nepaccount met identiteitsmisbruik op Instagram

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld zonder strafoplegging voor het opzettelijk en wederrechtelijk gebruiken van persoonsgegevens van een ander via een nep-Instagramaccount. Het hof vernietigt dit vonnis en spreekt verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende overtuigend is.

De zaak betreft het gebruik van een Instagramaccount op naam van een politieambtenaar, waarbij seksueel getinte en gewelddadige berichten werden geplaatst. De aangifte werd gedaan in juli 2016, maar het onderzoek door politie en OM verliep traag. Hoewel het IP-adres van het account vaak overeenkwam met het adres van verdachte, waren er meerdere personen met dezelfde voornaam op dat adres ingeschreven.

De verdediging ontkende elke betrokkenheid. Het hof oordeelt dat er gerede twijfel bestaat over de vraag of verdachte daadwerkelijk het nepaccount heeft aangemaakt en gebruikt. Daarom is het tenlastegelegde niet bewezen en wordt verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het nepaccount heeft aangemaakt en gebruikt.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000657-20
Uitspraak d.d.: 2 december 2020
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 30 januari 2020 met parketnummer 16-018630-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
thans ingeschreven en uit anderen hoofde verblijvende in Huis van Bewaring Zwolle te Zwolle.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het tenlastegelegde tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.S. Pot, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft verdachte op 30 januari 2020 veroordeeld ter zake van het tenlastegelegde, maar heeft bepaald dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij (op een of meer tijdstip(pen)) in of omstreeks de periode van 27 augustus 2015 tot en met 18 juli 2016 in Nederland meermalen opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander, te weten een Instagram account op naam van [naam1] , heeft gebruikt, met het oogmerk de identiteit van die [naam1] te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel is ontstaan, immers heeft hij, verdachte,
  • (telkens) op Instagram een (fake)account onder de naam van die [naam1] en een foto van die [naam1] aangemaakt en vervolgens, en/of
  • - anderen (via internet) benaderd als ware hij die [naam1] en vervolgens
  • - [benadeelde partij] , via internet door middel van voornoemd Instagram account heeft benaderd en seksueel getinte berichten en/of verzoeken en/of uitnodigingen verstuurd, en/of
  • veelvuldig) gewelddadige en/of seksueel getinte berichten op het account heeft geplaatst.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof overweegt in het bijzonder het volgende.
Gelet op de inhoud van het dossier bestaat bij het hof gerede twijfel over de vraag of het daadwerkelijk verdachte is geweest die het nepaccount op Instagram en het bijbehorende e-mailadres heeft aangemaakt en gebruikt.
Het hof constateert in de eerste plaats dat de aangifte van de gedupeerde politieambtenaar [naam1] reeds op 18 juli 2016 is gedaan. Uit die aangifte blijkt dat er een Instagramaccount op naam van [naam1] was gemaakt en dat er veel grove en seksueel getinte taal werd gebezigd. Uit de verklaringen van [naam1] is op te maken dat de kwestie een grote impact op hem, niet alleen als persoon maar ook in zijn functie van wijkagent in de wijk waar verdachte woonde, heeft gehad.
Geconstateerd moet verder worden dat de zaak door politie en openbaar ministerie niet bepaald voortvarend is opgepakt en onderzocht. Zo is de getuige [getuige] pas op 17 januari 2019 gehoord.
Verdachte zelf is door de politie op 3 oktober 2017 gehoord en heeft elke betrokkenheid bij het nepaccount op Instagram ontkend.
Uit een CIOT-bevraging is gebleken dat meestal - doch niet altijd - op het Instagramaccount is ingelogd vanaf het IP-adres dat geregistreerd staat op naam van [naam2] , wonende op [adres1] , [plaats1] . Dit betreft het (voormalige) adres van verdachte en zijn ouderlijk gezin. Verbalisant [verbalisant] relateert in het proces-verbaal van bevindingen van 4 augustus 2017 dat uit een raadpleging van het politiesysteem Integrale Bevraging blijkt dat op het adres één persoon met de naam [voornaam] staat ingeschreven, namelijk [verdachte] , geboren [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] .
Uit het Zorgformulier Jeugdige van 5 februari 2015 op pagina 30 en verder van het dossier maakt het hof echter op dat meerdere personen met de naam [voornaam] op dat adres staan ingeschreven, namelijk [naam3] , [naam4 1] en [naam4 2] .
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het nepaccount heeft aangemaakt en gebruikt, zodat hij van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. H.J. Deuring en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Janssen, griffier,
en op 2 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.