Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2020 van mr. De Haan;
2.De motivering van de beslissing
1 augustus 2016 tot en met januari 2017. Over deze periodes stelt de bewindvoerder dat [B] geen inkomen had zodat [A] ten onrechte geen Participatiewet uitkering voor [B] heeft aangevraagd. De schade voor [B] begroot de bewindvoerder op € 2.613,71 in de eerste periode en op € 4.673,03 in de tweede periode.
3.De slotsom
4.De beslissing
18 oktober 2018 voor zover [A] B.V te [F] als voormalig bewindvoerder en mentor van [B] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.000,73;
€ 8.000,59 en in zoverre opnieuw beschikkende: