Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
althans een omgangsregeling door de rechtbank in goede justitie te bepalen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland waarin het verzoek van de moeder tot een omgangsregeling met haar minderjarige kind werd afgewezen. De moeder wenste een gefaseerde uitbreiding van de omgangsregeling, die momenteel beperkt is tot een uur per drie weken.
De moeder en het kind hebben een belast verleden, waarbij het kind getraumatiseerd is door eerdere ervaringen, waaronder huiselijk geweld. De omgang met de moeder brengt spanningen en zorgelijk gedrag bij het kind teweeg. De moeder heeft moeite met het accepteren van therapie voor het kind en vertoont soms een niet passende houding tijdens contactmomenten.
Het hof oordeelt dat uitbreiding van de omgangsregeling niet in het belang is van het kind en dat de huidige regeling, hoewel beperkt, al veel van het kind vraagt. De samenwerking tussen moeder, de gecertificeerde instelling en het pleeggezin is verbeterd maar nog pril. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en compenseert de kosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling tussen moeder en kind.