ECLI:NL:GHARL:2020:10130
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig indienen beroepsgronden in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Het beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, wat verplicht is volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De griffier wees de betrokkene hierop en gaf een termijn van vier weken om alsnog gronden in te dienen.
De betrokkene verzocht na het verstrijken van deze termijn om uitstel en om een kopie van het procesdossier, maar dit verzoek werd afgewezen. De gronden werden uiteindelijk te laat ingediend. Omdat bij het instellen van het hoger beroep niet om het dossier was gevraagd, mocht worden aangenomen dat de gemachtigde in staat was om zonder dossier de gronden te formuleren.
Het hof oordeelde dat het te laat indienen van de gronden niet verontschuldigbaar was en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken op een openbare zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.