ECLI:NL:GHARL:2020:10170

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 december 2020
Publicatiedatum
7 december 2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.559/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 WahvArt. 3 WahvArt. 11 WahvArt. 2 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs bebording flitspaal

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het negeren van een geslotenverklaring met bord C1, vastgesteld via een flitspaalfoto waarop het bord niet zichtbaar was. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigt deze beslissing vanwege schending van het hoor en wederhoor-beginsel, omdat niet is vastgesteld dat de gemachtigde correct is opgeroepen.

Daarnaast oordeelt het hof dat het ontbreken van een maandelijks schouwrapport van de bebording, zoals voorgeschreven in het Beleidskader flitspalen, betekent dat niet kan worden vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden. De foto toont immers alleen het kenteken en niet het bord.

Het hof vernietigt daarom zowel de beslissing van de kantonrechter als de sanctiebeschikking van de officier van justitie. De proceskosten worden aan de advocaat-generaal opgelegd. De zaak wordt niet op zitting behandeld omdat het verzoek daartoe was ingetrokken.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd wegens het ontbreken van bewijs van maandelijkse controle van de bebording en schending van het hoor en wederhoor-beginsel.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.250.559/01
CJIB-nummer
: 211554178
Uitspraak d.d.
: 7 december 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 16 oktober 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. Dit verzoek is nadien ingetrokken.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen hierop te reageren. De advocaat-generaal heeft nadere informatie ingebracht.

De beoordeling

1. De gemachtigde voert in hoger beroep onder meer aan dat hij niet is opgeroepen voor zitting van de kantonrechter. De gemachtigde betoogt dat, nu er sprake is van een schending van het in artikel 12, eerste lid, van de Wahv vervatte beginsel van hoor en wederhoor, de beslissing van de kantonrechter geen stand kan houden.
2. Het dossier bevat een aan de gemachtigde gerichte oproepingsbrief d.d. 12 september 2018 voor de zitting van de kantonrechter van 16 oktober 2018. Niet blijkt uit een stempel, aantekening of anderszins, dat voormelde brief aan de gemachtigde is verzonden. Gelet hierop en mede in het licht van het ontbreken van aangetekende verzending en een deugdelijke verzendadministratie bij de rechtbank, kan niet worden vastgesteld dat de gemachtigde is opgeroepen om de zitting van de kantonrechter bij te wonen. Dit houdt in dat sprake is van schending van het bepaalde in artikel 12, eerste lid, van de Wahv.
3. Gelet hierop kan de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven. Het hof zal deze beslissing dan ook vernietigen. De overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter behoeven daarom geen bespreking meer. In beginsel dient het hof de betrokkene en de gemachtigde in de gelegenheid stellen om te worden gehoord op een nader te bepalen zitting van het hof, alvorens op het beroep te beslissen. Nu de gemachtigde echter zijn eerdere verzoek om de zaak op een zitting van het hof te behandelen heeft ingetrokken, zal het hof de zaak niet op een zitting van het hof behandelen.
4. Het hof zal van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.
5. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen (bord C1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 oktober 2017 om 7.41 uur op de Molslaan in Delft met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
6. De gemachtigde voert in hoger beroep onder meer aan dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het C-bord is niet zichtbaar op de foto. Dit is in strijd met Bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (hierna: Beleidsregels boa) en het Beleidskader Flitspalen 2015 (hierna: Beleidskader) waarin is opgenomen dat op de gemaakte foto’s het betreffende verkeersbord ook duidelijk moet zijn weergegeven. Dit gebrek wordt ook niet op andere wijze ondervangen.
7. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
8. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld.
9. In een aanvullend proces-verbaal van 12 december 2017 verklaart de ambtenaar omtrent het verweer van de betrokkene het volgende: “De gedraging is op woensdag 11 oktober 2017 om 7.41 uur geautomatiseerd geconstateerd en op een digitale foto vastgelegd door een camera die op enkele meters voor het geplaatste bord C01 is geplaatst. De camera heeft vastgelegd dat het betrokken voertuig het voor hem bedoelde bord C01 negeerde en daarmee in strijd handelde met de geslotenverklaring.”
10. Het dossier bevat een afdruk van de foto waarmee de gedraging is vastgelegd. De foto is donker, waardoor niet meer zichtbaar is dan de kentekenplaat van het voertuig van de betrokkene. Ook is op deze foto geen bebording te zien.
11. Het hof heeft in het arrest van 14 juni 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:5537, geoordeeld dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto
- in afwijking van één van de randvoorwaarden voor handhaving via flitspalen opgenomen in de Beleidsregels boa - ook op een andere wijze kan worden ondervangen. Wanneer anders dan op grond van de foto toch blijkt dat het C-bord aanwezig was, kan de gedraging worden vastgesteld.
12. In het verlengde hiervan stelt het hof vast dat in het ten tijde van de gedraging geldende Beleidskader waarnaar de gemachtigde verwijst onder de kop “kader inzetbeleid flitspalen handhaven gesloten verklaringen” - onder meer - het volgende is opgenomen:
“Op de foto moeten het kenteken van het voertuig, de contouren van het voertuig, datum en tijdstip en het C bord goed zichtbaar zijn, zowel bij dag als bij nacht;
Op de foto moet zichtbaar zijn dat het voertuig het bord is gepasseerd;
Indien er al camerasystemen in werking zijn waarop het C bord/de borden niet zichtbaar is/zijn, dan zal een (minimaal) maandelijkse schouw moeten plaatsvinden door een opsporingsambtenaar. Deze legt in een proces-verbaal vast dat de borden juist zijn geplaatst (…)”.
13. Het voorgaande betekent dat het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto steeds op een wijze als in het Beleidskader beschreven, te weten door middel van een omgevingsschouw die (minimaal) maandelijks plaatsvindt, dient te worden ondervangen.
14. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep een proces-verbaal van bevindingen in het geding gebracht. Hieruit blijkt dat in onderhavig geval door een ambtenaar ter plaatse een schouw is uitgevoerd. De ambtenaar heeft verklaard dat op 1 oktober 2017 het bord C1 duidelijk zichtbaar aanwezig was.
15. Uit het dossier blijkt evenwel niet dat de bebording (minimaal) maandelijks wordt gecontroleerd. Een schouwrapport waaruit blijkt dat na de pleegdatum van de onderhavige gedraging de bebording is gecontroleerd en in orde is bevonden, ontbreekt. Gelet daarop is niet conform voormeld Beleidskader gehandeld en kan niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Dat brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal daarom beslissen als hierna te melden.
16. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Het hof beschouwt deze zaak en de zaak met nummer Wahv 200.250.560, waarin het hof heden eveneens uitspraak doet, als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal 3 procespunten te worden toegekend, aan het indienen van de nadere toelichting een halve punt. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, het voor het horen door de officier van justitie toegekende punt halveren. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. De toe te passen factor in verband met samenhangende zaken bedraagt 1. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.050,-.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.050,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.