ECLI:NL:GHARL:2020:10180

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 december 2020
Publicatiedatum
8 december 2020
Zaaknummer
21-003111-20
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 45 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging werkstraf en jeugddetentie voor straatroof en pinnen met gestolen pinpas

De verdachte, geboren in 2003, werd door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor straatroof en poging tot pinnen met een gestolen pinpas. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de terechtzitting op 24 november 2020 heeft het hof kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.

Het hof bevestigde de bewezenverklaring van de feiten, waarbij de verdachte samen met een medeverdachte een 71-jarige vrouw op klaarlichte dag van haar tas beroofde en later probeerde geld te pinnen met de gestolen pinpas. Het hof achtte deze feiten ernstig vanwege de impact op het slachtoffer en de gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Hoewel het hof zich aansloot bij de aard en ernst van de straf, vernietigde het het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft. Het legde een werkstraf van 120 uur op, met een vervangende jeugddetentie van 60 dagen indien niet naar behoren uitgevoerd. Daarnaast stelde het bijzondere voorwaarden, waaronder deelname aan gedragsinterventie, schoolgang en medewerking aan toezicht.

Het hof benadrukte de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals zijn recente verbeteringen, schoolbezoek en behandeling bij een ggz-instelling. De bijzondere voorwaarden zijn gericht op begeleiding en toezicht om recidive te voorkomen. Het vonnis werd op 8 december 2020 uitgesproken door het hof te Arnhem.

Uitkomst: Het hof legt een werkstraf van 120 uur met een vervangende jeugddetentie van 60 dagen op en stelt bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-003111-20
Uitspraak d.d.: 8 december 2020
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 juni 2020 met parketnummer 16-043727-20 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 2003,
wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. E.H. Bokhorst, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 4 juni 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder parketnummer 16-043727-20 als feit 1 en feit 2 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een werkstraf van
120 uren, subsidiair
60 dagen jeugddetentie, waarvan
40 uren, subsidiair
20 dagen jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden:
- dat de veroordeelde zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan 3 maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB CRIEM, zal melden bij [instelling] . [adres] te [plaats] , zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die die instelling hem geeft.
- dat de veroordeelde deel zal nemen aan de gedragsinterventie FAST door [ggz instelling] .
De rechtbank heeft de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist ten aanzien van de bewezenverklaring en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen. Het hof zal het vonnis van de rechtbank in zoverre bevestigen.
Ten aanzien van de opgelegde straf komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. Het hof zal het vonnis vernietigen voor zover het dit onderdeel betreft.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft samen met een medeverdachte een eenenzeventigjarige vrouw op klaarlichte dag van haar tas beroofd en heeft later op die dag geprobeerd geld te pinnen met de gestolen pinpas. Dit zijn zeer ernstige feiten. De ervaring leert dat slachtoffers nog een lange tijd last kunnen hebben van dergelijke feiten en zich lang angstig kunnen voelen. In het dossier bevindt zich een brief van aangeefster waarin zij aangeeft dat hetgeen haar en haar man is overkomen hen maandenlang in de greep heeft gehad en hen heeft belemmerd in hun leven. Daarnaast leveren dergelijke feiten tevens gevoelens van onveiligheid op in de samenleving in zijn algemeenheid. Het hof houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het gaat sinds korte tijd beter met verdachte. Hij houdt zich aan de afspraken met de jeugdreclassering, volgt een behandeling bij [ggz instelling] en gaat weer naar school.
Gelet op het bovenstaande sluit het hof zich aan bij de opgelegde straf door de rechtbank. Het hof ziet anders dan de rechtbank echter geen aanknopingspunten voor de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden. Het hof is voorts van oordeel dat de schoolgang van verdachte nog pril is en dat dit één van de zorgen omtrent de verdachte blijft. Het hof neemt dan ook de schoolgang van verdachte op als een bijzondere voorwaarde.
Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
taakstraf, bestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen jeugddetentie.
Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot
40 (veertig)uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagen jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan 3 maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB CRIEM, zal melden bij [instelling] . [adres] te [plaats] , zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die die instelling hem geeft;
- deel zal nemen aan de gedragsinterventie FAST door [ggz instelling] ;
- naar school zal gaan en zich zal houden aan het lesrooster van die school.
Aan de bijzondere voorwaarden is van rechtswege verbonden dat de verdachte:
- gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
-medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Aldus gewezen door
mr. M. Keppels, voorzitter,
mr. R.W. van Zuijlen en mr. M.J. Vos, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.E. Schoenmakers, griffier,
en op 8 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 8 december 2020.
Tegenwoordig:
mr. A. van Maanen, voorzitter,
mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,
mr. I. Vugs, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.