Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing
€ 68,06
3.De slotsom
€ 741,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond centraal of het advocatenkantoor aansprakelijk was voor schade omdat het geen gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging) had aangevraagd voor de cliënt, en of de cliënt de uitstaande factuur moest betalen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het advocatenkantoor toerekenbaar tekort was geschoten door geen toevoeging aan te vragen terwijl de cliënt daar recht op zou hebben gehad. Het hof oordeelde echter dat de cliënt onvoldoende had onderbouwd dat hij daadwerkelijk recht had op een toevoeging. De toevoeging die was verleend aan een opvolgend advocaat betrof een andere zaak en was onvoldoende toegelicht.
Verder werden verschillende klachten van de cliënt over het advocatenkantoor, zoals het aantal uren en uurtarief van een advocaat, onvoldoende onderbouwd geacht. Het hof wees de schadevordering af. Wel werd een deel van de factuur van het advocatenkantoor verminderd vanwege niet betwiste posten en onduidelijkheden.
De vordering tot afgifte van stukken door het advocatenkantoor werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en het herstelvonnis, en bepaalde dat de cliënt een bedrag van €13.708,90 aan het advocatenkantoor moet betalen. De kosten van het incident werden gecompenseerd en de cliënt werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de schadevordering af, vermindert de factuur en veroordeelt de cliënt tot betaling van €13.708,90 aan het advocatenkantoor.