Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep van een vrouw tegen de afwijzing van haar verzoek om partneralimentatie. De vrouw had onvoldoende onderbouwd dat zij behoefte had aan een bijdrage in haar levensonderhoud, mede omdat zij niet had voldaan aan verzoeken om inzage te geven in haar vermogenspositie en inkomsten uit vermogen.
Partijen zijn gescheiden en hebben twee kinderen die bij de vrouw verblijven. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de bijdrage van de man in de kosten van de kinderen vastgesteld, maar de partneralimentatie afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing van de behoefte door de vrouw.
Het hof stelde de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw vast op € 2.654 bruto per maand, maar oordeelde dat zij via rendement uit haar aanzienlijke vermogen geheel in haar eigen behoefte kan voorzien. De vrouw had nagelaten recente belastingaangiften en andere bewijsstukken te overleggen, ondanks herhaalde verzoeken en uitstel.
Daarnaast had de vrouw onvoldoende aangetoond dat zij serieuze inspanningen had verricht om in haar eigen levensonderhoud te voorzien door middel van arbeid. Gezien deze omstandigheden faalde haar grief en werd de beschikking van de rechtbank bekrachtigd. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep wegens haar nalatigheid in het onderbouwen van haar vermogenspositie.