ECLI:NL:GHARL:2020:10314
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie wegens overtreden geslotenverklaring zonder deugdelijke bebording
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €95 opgelegd voor het negeren van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op het Ruiterskwartier te Leeuwarden. De betrokkene betwistte dat het bord C12/20 aanwezig was en verwees naar het ontbreken van het bord op de foto van de gedraging.
In eerste aanleg werd het beroep ongegrond verklaard, maar in hoger beroep stelde de gemachtigde dat de officier van justitie en kantonrechter ten onrechte geen bewijs van de aanwezigheid van de bebording hadden ingebracht. Het hof oordeelde dat de beslissing van de officier van justitie niet deugdelijk was gemotiveerd omdat ten tijde van die beslissing geen bewijs van de bebording in het dossier zat, wat in strijd is met jurisprudentie.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, maar na ontvangst van schouwrapporten met foto’s van de bebording op de relevante data stelde het hof vast dat de borden wel degelijk aanwezig en zichtbaar waren. Omdat de gedraging verder niet werd ontkend, verklaarde het hof het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Ook oordeelde het hof dat de redelijke termijn van berechting niet was overschreden. De uitspraak werd op een openbare zitting uitgesproken door mr. Wijma.
Uitkomst: Het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €95 blijft gehandhaafd.