Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoekster] ,
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van de ambtenaar van de burgerlijke stand om een erkenningsakte op te maken voor een minderjarige, omdat de identiteit van de vrouw onvoldoende was vastgesteld en de erkenning in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde.
De vrouw en de man, die niet de biologische vader is, hadden een verzoek ingediend tot erkenning van de minderjarige. De ambtenaar weigerde dit op grond van twijfel over de identiteit van de vrouw vanwege tegenstrijdige geboortedata in haar documenten en het ontbreken van een geldig paspoort, en omdat de erkenning volgens hem slechts diende om een verblijfsrecht te verkrijgen.
Het hof oordeelt dat de identiteit van de vrouw voldoende is vastgesteld aan de hand van een recent verkregen origineel paspoort, waarbij de verschillen in geboortedata verklaard zijn door haar adoptieverleden. Daarnaast is vastgesteld dat de man een daadwerkelijke opvoedende rol vervult en dat er sprake is van familylife, waardoor geen sprake is van een schijnerkenning gericht op verblijfsrecht.
Het hof vernietigt daarom de eerdere beschikking en het besluit van de ambtenaar, gelast het alsnog opmaken van de erkenningsakte en compenseert de proceskosten tussen partijen. Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt daarmee overbodig.
Uitkomst: Het hof vernietigt de weigering van de erkenningsakte en gelast alsnog het opmaken daarvan.