De verdachte is in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en onder toezicht van de reclassering. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld en het vonnis van de politierechter grotendeels bevestigd.
De rechtbank had tevens besloten tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van vijf maanden. Het hof oordeelt echter dat deze tenuitvoerlegging in deze zaak niet kan worden gelast omdat deze straf reeds in een andere zaak ten uitvoer is gelegd. Daarom vernietigt het hof dit onderdeel van het vonnis en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.
De overige voorwaarden, waaronder het toezicht van de reclassering en de verplichting tot medewerking aan diagnostiek en behandeling, blijven ongewijzigd van kracht. Het hof acht de opgelegde straf passend en geboden, en bevestigt het vonnis voor het overige.