ECLI:NL:GHARL:2020:1058
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart zich onbevoegd tot kennisneming vordering tenuitvoerlegging voor 1 januari 2020 ingediend
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot een jeugddetentie van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De advocaat-generaal diende op 29 oktober 2019 een vordering in tot gelasting van de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf.
Op 1 januari 2020 trad de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking, waarbij artikel 77dd van het Wetboek van Strafrecht verviel en werd vervangen door artikel 6:6:21 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Omdat geen overgangsrecht was voorzien, geldt het nieuwe artikel met onmiddellijke werking.
Het hof oordeelt dat het op grond van artikel 6:6:1, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevoegd is tot het nemen van beslissingen over tenuitvoerlegging, tenzij anders bepaald, het gerecht dat in eerste aanleg kennis heeft genomen van het strafbare feit. Het hof is echter niet het gerecht van eerste aanleg in deze zaak.
Daarom verklaart het hof zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering, ondanks dat deze vóór 1 januari 2020 is ingediend, en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Nederland voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd en verwijst de vordering tot tenuitvoerlegging naar de rechtbank.