Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [D] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd bij beschikking een sanctie van €240 opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 27 februari 2019 te Den Haag. De gemachtigde van de betrokkene, tevens bestuurder, ontkende de overtreding en voerde twijfel aan over de waarneming van de ambtenaar, die in burgerkleding en op een privémotor reed.
De ambtenaar had de gedraging subjectief waargenomen en verklaarde dat het verkeerslicht circa vijf seconden op rood stond toen de betrokkene het kruispunt passeerde. Het hof oordeelde dat deze inschatting geen aanleiding gaf tot twijfel, ook al was er geen objectieve meting. Verder kon de ambtenaar de bestuurder niet staande houden omdat hij zelf een overtreding had moeten begaan om te kunnen volgen, wat niet van hem verlangd kon worden.
Op grond van artikel 5 Wahv Pro mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd als staandehouding niet mogelijk is. Het hof concludeerde dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was en bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter. De betrokkene blijft aansprakelijk voor de sanctie ondanks de betwisting van de gedraging.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €240 aan de kentekenhouder wegens negeren van een rood verkeerslicht zonder mogelijkheid tot staandehouding.