ECLI:NL:GHARL:2020:1065
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart zich onbevoegd tot kennisname verzoek opheffing lijfsdwang en verwijst naar Minister
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 januari 2020 uitspraak gedaan over een verzoek tot opheffing van lijfsdwang dat was ingediend vóór de inwerkingtreding van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen op 1 januari 2020.
Het hof oordeelt dat het verzoek niet meer onder haar bevoegdheid valt omdat de wettelijke regeling omtrent lijfsdwang is gewijzigd en artikel 577c, zevende lid, Wetboek van Strafvordering (oud) is komen te vervallen. De term lijfsdwang is vervangen door gijzeling en de nieuwe wet kent geen bepaling waarin de rechter kan worden verzocht om opheffing van lijfsdwang.
De advocaat-generaal en verzoeker stelden dat het hof bevoegd bleef op grond van overgangsbepalingen, maar het hof verwierp dit standpunt. Het hof legt uit dat artikel XLIVA van de Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen slechts ziet op de toepassing van reeds door de rechter bepaalde lijfsdwang, niet op nieuwe verzoeken.
Daarom verklaart het hof zich onbevoegd en draagt het verzoek over aan de Minister van Justitie en Veiligheid, met het advies aan verzoeker om de minister te attenderen op de naderende datum van 17 februari 2020, wanneer lijfsdwang opnieuw zal worden toegepast.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd tot kennisname van het verzoek tot opheffing van lijfsdwang en draagt het verzoek over aan de Minister van Justitie en Veiligheid.