Uitspraak
hij op of omstreeks 26 april 2014, althans in of omstreeks de maand april 2014, te Nijmegen, althans in Nederland,
hij op of omstreeks 26 april 2014, althans in of omstreeks de maand april 2014, te Nijmegen, althans in Nederland,
‘Hé je kent die ‘ [alias naam] ’(de rechtbank begrijpt: [naam] ) toch die je had meegebracht?’Verdachte:
‘ja’.Medeverdachte [medeverdachte] :
‘Die [alias naam] heeft haar nummer aan die man (de rechtbank begrijpt: [benadeelde] ) gegeven’.Verdachte: ‘
Ik zweer het je, dat dacht ik al jongen…shiiiiit’.Medeverdachte [medeverdachte] :
‘Dus je moet zeggen… dat hij moet… opflikkeren… weggooien dat klote ding klaar’ [14] . Uit dit gesprek wordt naar oordeel van de rechtbank duidelijk dat verdachte een meisje heeft geregeld dat ervoor zou zorgen dat [benadeelde] naar de woning van medeverdachte [medeverdachte] zou komen en dat het niet de bedoeling is dat de politie achter het nummer van [naam] komt.
“Hey, hey … een auto was daar man!!!”. Verdachte:
“Wat voor auto?”. [medeverdachte] :
“Mercedes. Ze hebben het weggehaald”. Verdachte:
“Ja, het was van die man toch …”. [medeverdachte] : “
Oohh van die man, oke, oke, ik heb met die mensen gesproken hé”. Verdachte: “
Maar die andere auto …”. [medeverdachte] :
Ja, ik heb met de politie gesproken”. Verdachte: “
Waar is dan die sleutel van dingen d’r auto”. [medeverdachte] : “
Wiens auto?”. Verdachte: “
Van mijn vrouw?”. [medeverdachte] : “
Het is nog daar thuis … de politie wil me niet binnen laten”. Uit het vervolg van het gesprek is op te maken dat de vrouw van verdachte boos is omdat het kennelijk niet lukt om de autosleutels uit de woning op te halen omdat de politie verdachte niet binnenlaat.
- Het slachtoffer is door [naam] , die door verdachte geregeld is, naar de woning van de medeverdachte [medeverdachte] gelokt;
- medeverdachte [medeverdachte] is herkend als één van de belagers;
- verdachte is in de woning van medeverdachte [medeverdachte] aanwezig en hij heeft bloed aan (onder meer) zijn handen.
- verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor de aanwezigheid van dit bloed op zijn handen;
- het alibi van verdachte - namelijk dat hij in de woning van medeverdachte [medeverdachte] seks heeft gehad met een andere vrouw - is naar het oordeel van het hof – mede in het licht van de verklaring van zijn partner die van verdachte had gehoord dat hij ruzie had gehad met een man – ongeloofwaardig;
- de omstandigheid dat de sleutels van de woning van [medeverdachte] naar beneden werden gegooid door [getuige 2] , past naar het oordeel van het hof beter in de verklaring van de aangever [benadeelde] dan in het door de verdediging geschetste scenario-
- verdachte communiceert met medeverdachte [medeverdachte] over het voorval en heeft op het gebied van ‘ [naam] ’ en de Mercedes van [benadeelde] daderkennis.
- het feit is gepleegd op 26 april 2014;
- eerst op 13 februari 2017 is de verdachte aangehouden en verhoord;
- op 30 januari 2018 is door de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak;
- op 1 februari 2018 is namens verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis;
- op 25 april 2018 is de zaak ingekomen ter griffie van het hof, en
- op 28 januari 2020 heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden en op 11 februari 2020 wordt het arrest gewezen.
- (schattenderwijs) € 250,-- voor kleding en schoenen, rekening houdend met afschrijving. De beschadiging door bloed van de kleding is in het licht van het bewezenverklaarde en de inhoud van het dossier op dit punt onvoldoende gemotiveerd betwist;
- € 1.305,-- aan kosten behandeling door een psycholoog. Voldoende is aannemelijk geworden door het verhandelde ter terechtzitting dat deze kosten niet zijn vergoed door de ziektekostenverzekeraar van de benadeelde partij. Dat zij in causaal verband staan met het bewezenverklaarde is onvoldoende gemotiveerd betwist en overigens ook in het licht van het gepleegde delict voldoende aannemelijk;
- € 6.000,-- aan smartengeld. Het hof acht in dit verband, reeds gelet op de aard en de ernst van het lichamelijk letsel dat is toegebracht door het bewezenverklaarde, toekenning van een fors bedrag billijk. Daarnaast is naar het oordeel van het hof ook nog sprake van aantasting in de persoon op andere wijze, gelet op de aard en de ernst van de forse normschending door verdachte en zijn mededaders en de (blijkens de overgelegde facturen van de psycholoog en de toelichting ter zitting) ook geestelijke gevolgen daarvan voor de benadeelde. Rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, acht het hof toekenning van genoemd bedrag billijk.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
€ 7.555,-- (zevenduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro), bestaande uit € 1.555,-- (éénduizend vijfhonderd-vijfenvijftig euro) materiële schade en € 6.000,-- (zesduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
€ 800,--( achthonderd euro).