Uitspraak
hij op of omstreeks 26 april 2014, althans in of omstreeks de maand april 2014, te Nijmegen, althans in Nederland,
hij op of omstreeks 26 april 2014, althans in of omstreeks de maand april 2014, te Nijmegen, althans in Nederland,
weet je hoe blij ik ben dat jullie weg zijn gegaan gister?[getuige 1] antwoordt:
‘ja joh ik ook.’Verdachte:
……ik was effe bezig weet je…’Hierop antwoordt [getuige 1] : ‘..
ik wou niet weggaan zonder jou, ………… ja omdat jij er nog was, ik zei ik wil niet gaan, ik zei ik wil niet gaan pas als hij weet dat ik weg ben, ga ik… [13] .Dit gesprek is, in samenhang met de andere hiervoor genoemde bewijsmiddelen, niet anders te begrijpen dan dat verdachte de bewuste avond/nacht in zijn woning aanwezig was, dat hij bezig was en dat hij daarbij niet gestoord kon worden door [getuige 1] , toen zij hem wilde vertellen dat ze wegging. Het gebruik van het woord “jullie” impliceert eveneens dat verdachte er weet van had dat [getuige 1] samen met een ander is weggegaan uit de woning op het moment dat [benadeelde] in de kamer was, hetgeen overeenkomt met de verklaring van [getuige 1] zelf. Ook deze wetenschap plaatst verdachte in de woning op die bewuste avond/nacht.
- het feit is gepleegd op 26 april 2014;
- eerst op 7 februari 2017 is de verdachte aangehouden en verhoord;
- op 30 januari 2018 is door de rechtbank vonnis gewezen in deze zaak;
- op 1 februari 2018 is namens verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis;
- op 25 april 2018 is de zaak ingekomen ter griffie van het hof, en
- op 28 januari 2020 heeft de inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden en op 11 februari 2020 wordt het arrest gewezen.
- (schattenderwijs) € 250,-- voor kleding en schoenen, rekening houdend met afschrijving;
- € 1.305,-- aan kosten behandeling door een psycholoog. Voldoende is aannemelijk geworden door het verhandelde ter terechtzitting dat deze kosten niet zijn vergoed door de ziektekostenverzekeraar van de benadeelde partij. Dat zij in causaal verband staan met het bewezenverklaarde is niet gemotiveerd betwist en overigens ook in het licht van het gepleegde delict voldoende aannemelijk;
- € 6.000,-- aan smartengeld. Het hof acht in dit verband, reeds gelet op de aard en de ernst van het lichamelijk letsel dat is toegebracht door het bewezenverklaarde, toekenning van een fors bedrag billijk. Daarnaast is naar het oordeel van het hof ook nog sprake van aantasting in de persoon op andere wijze, gelet op de aard en de ernst van de forse normschending door verdachte en zijn mededaders en de (blijkens de overgelegde facturen van de psycholoog en de toelichting ter zitting) ook geestelijke gevolgen daarvan voor de benadeelde. Rekening houdend met de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, acht het hof toekenning van genoemd bedrag billijk.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
30 (dertig) maanden.
€ 7.555,-- (zevenduizend vijfhonderdvijfenvijftig euro), bestaande uit € 1.555,-- (éénduizend vijfhonderd-vijfenvijftig euro) materiële schade en € 6.000,-- (zesduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
€ 800,--(achthonderd euro).