In deze strafzaak stond verdachte terecht voor een overval op een snackbar op 30 augustus 2016. De rechtbank Noord-Nederland sprak verdachte vrij wegens gebrek aan bewijs en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.
De officier van justitie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak en vorderde vernietiging van het vonnis, bewezenverklaring van het delict, en oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf met taakstraf. Het hof heeft het dossier en de pleidooien van partijen bestudeerd.
Het centrale bewijsstuk was de verklaring van een getuige, die mogelijk de betrokkenheid van verdachte zou ondersteunen. Het hof oordeelde echter dat deze verklaring niet bruikbaar is vanwege de late aflegging, het haperende geheugen van de getuige door alcohol- en drugsgebruik, en sturende vraagstelling tijdens het verhoor.
Daarmee bevestigde het hof de overwegingen van de rechtbank en sprak verdachte opnieuw vrij. Het vonnis werd op 23 december 2020 uitgesproken door de meervoudige kamer van het hof Arnhem-Leeuwarden.