Uitspraak
verder te noemen:
Allsafe,
verder te noemen: mr. Ter Berg,
wonende te [A] ,,
verder te noemen:
[belanghebbende],
advocaat mr. L.V. Claassens te Eindhoven.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Allsafe Management B.V. heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.P.M. ter Berg, raadsheer in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, wegens vermeende partijdigheid tijdens een mondelinge behandeling in een ontslagzaak. Het verzoek betrof de wijze waarop mr. Ter Berg de heer [B], bestuurder van Allsafe, kritischer zou hebben behandeld dan de tegenpartij, mevrouw [belanghebbende], en het verschil in spreektijd en interrupties tussen de advocaten.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de relevante bepalingen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Uit het proces-verbaal bleek dat de zitting in drie fasen verliep: een eerste fase met standpuntbepaling, een tweede fase gericht op het verkennen van een minnelijke regeling, en een derde fase met afsluitende opmerkingen.
De klachten van Allsafe hadden vooral betrekking op de tweede fase, waarin mr. Ter Berg kritische vragen stelde om een doorbraak te forceren. De wrakingskamer oordeelde dat de heer [B] voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten toe te lichten, ook in de afsluitende fase. De vermeende verschillen in behandeling en spreektijd werden als subjectieve ervaringen beoordeeld die onvoldoende grond boden om het wrakingsverzoek toe te wijzen.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 29 december 2020 door mrs. Kuiper, Vermeulen en Wijma.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Ter Berg wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.