ECLI:NL:GHARL:2020:1146

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 februari 2020
Publicatiedatum
12 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.247.134/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 6:17 AwbArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening door nalatigheid gemachtigde

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter in een bestuursstrafzaak op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend.

De beslissing van de kantonrechter werd op correcte wijze aan de gemachtigde van de betrokkene toegestuurd, maar de betrokkene werd niet geïnformeerd door zijn gemachtigde. Hierdoor werd het hoger beroep te laat ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn van zes weken.

Het hof oordeelde dat de nalatigheid van de gemachtigde voor rekening van de betrokkene komt en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding. De betrokkene kan zijn gemachtigde aanspreken, maar het hof kan de inhoudelijke bezwaren niet behandelen.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening door nalatigheid van de gemachtigde.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.134/01
CJIB-nummer
: 205083374
Uitspraak d.d.
: 12 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 13 februari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 125,25.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Als namens de betrokkene door een gemachtigde beroep is ingesteld, moet de beslissing in ieder geval aan de gemachtigde worden toegestuurd (artikel 6:17 van Pro de Awb).
2. De betrokkene voert aan de beslissing van de kantonrechter pas op 7 september 2018, na zijn verzoek daartoe aan de rechtbank, te hebben ontvangen. Hij heeft van zijn gemachtigde geen bericht ontvangen over de beslissing, ondanks zijn verzoek daartoe. Vanaf het moment dat de betrokkene een machtiging aan de gemachtigde heeft verstrekt, heeft de gemachtigde op geen enkele manier contact opgenomen met de betrokkene of iets toegezonden. Indien de rechtbank van de ‘vreemde’ praktijken van dit kantoor op de hoogte was, had de rechtbank hem de uitspraak kunnen toesturen of hem eerder kunnen berichten dat de uitspraak was gedaan en had hij tijdig in hoger beroep kunnen gaan.
3. Uit het dossier blijkt dat de gemachtigde namens de betrokkene beroep heeft ingesteld bij de kantonrechter en dat de beslissing van de kantonrechter op 19 februari 2018 aan de gemachtigde van de betrokkene is toegestuurd. Deze beslissing is op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De griffier van de rechtbank was niet gehouden de beslissing (ook) naar de betrokkene toe te sturen. De beroepstermijn eindigde daarom op 3 april 2018. Het beroepschrift is gedateerd 1 oktober 2018. Uit een stempel blijkt dat het op 2 oktober 2018 door de griffie van de rechtbank is ontvangen. Het beroep is dan ook niet tijdig ingediend.
4. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
5. Hetgeen de betrokkene aanvoert maakt niet dat de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Het handelen of nalaten van de (toenmalige) gemachtigde komt voor rekening van de betrokkene die de gemachtigde destijds heeft ingeschakeld. Indien de betrokkene van mening is dat zijn (toenmalige) gemachtigde tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens de betrokkene door de beslissing van de kantonrechter niet door te sturen of niet (tijdig) hoger beroep in te stellen, dient de betrokkene zijn gemachtigde hierop aan te spreken.
6. Gelet hierop zal het hof het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Het hof kan de bezwaren van de betrokkene tegen de opgelegde sanctie daarom niet behandelen.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.