ECLI:NL:GHARL:2020:1222
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter wegens schending inzagerecht dossier bij Wahv-zaak
In deze zaak heeft de gemachtigde van de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter inzake een bestuurlijke sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kern van het geschil betrof het niet ontvangen van het procesdossier, terwijl dit volgens artikel 11 Wahv Pro verplicht is.
Het hof oordeelt dat de griffier van de rechtbank niet heeft voldaan aan de verplichting om de gemachtigde te wijzen op de mogelijkheid om het dossier in te zien en afschriften te verkrijgen. Dit is een schending van artikel 11, vierde lid (oud) Wahv, waardoor de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd.
Verder is het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard vanwege schending van het recht om te worden gehoord. Het beroep tegen de inleidende beschikking, waarin een boete van €90 is opgelegd wegens parkeren buiten het parkeervak, wordt ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat de boa bevoegd was tot handhaving en dat het voertuig niet binnen een parkeervak stond. Het verzoek om proceskostenvergoeding in hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd wegens schending inzagerecht; het beroep tegen de inleidende beschikking wordt ongegrond verklaard.