ECLI:NL:GHARL:2020:1233

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2020
Publicatiedatum
13 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.250.379/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 12, derde lid Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor stilstaan op oversteekplaats ondanks betwisting

De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd met een boete van €90 wegens stilstaan op een oversteekplaats op 22 september 2017 in Zoetermeer. Hij ontkende de overtreding en stelde dat hij vóór de oversteekplaats stilstond vanwege een plots gestopte auto voor hem. Tevens klaagde hij dat de verbalisant niet als getuige was opgeroepen, ondanks zijn verzoek.

Het hof overwoog dat een administratieve sanctie op grond van de Wahv kan worden opgelegd indien de gedraging voldoende blijkt uit beschikbare gegevens. De verklaring van de ambtenaar, opgenomen in het dossier, was duidelijk en niet weerlegd door de betrokkene, die slechts ontkende zonder verdere bewijsvoering.

Verder stelde het hof vast dat de kantonrechter niet verplicht is om op verzoek getuigen te horen, waaronder de ambtenaar. De kantonrechter had voldoende dossierinformatie om een oordeel te vellen. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €90 voor stilstaan op een oversteekplaats en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.250.379/01
CJIB-nummer
: 211389035
Uitspraak d.d.
: 13 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 november 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “stilstaan op een oversteekplaats of binnen 5 meter daarvan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 september 2017 om 8.57 uur op de Hazerswoudestraat in Zoetermeer met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert aan dat hij niet óp, maar vóór de oversteekplaats stilstond, omdat de auto voor hem plotseling stopte. Het verbaast de betrokkene dat de verbalisant niet op de zitting van de kantonrechter is verschenen omdat de betrokkene daar wel om gevraagd had en de verbalisant in zijn toelichting niets heeft vermeld over waarom de betrokkene daar stil stond.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat meneer stilstond op de voetgangersoversteekplaats. Ik zag dat meneer zijn dochter liet uitstappen die vervolgens richting de school liep. Ik zag dat meneer aanstalten maken zijn weg te vervolgen.”
5. Het hof ziet in wat de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de duidelijke verklaring van de ambtenaar. De enkele ontkenning van de gedraging is daarvoor onvoldoende. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht en dat hiervoor terecht een sanctie is opgelegd.
6. Ten aanzien van de klacht dat de kantonrechter de ambtenaar niet als getuige heeft opgeroepen, merkt het hof het volgende op. Artikel 12, derde lid, van de Wahv bepaalt dat ter zitting getuigen en deskundigen kunnen worden meegebracht ten einde door de kantonrechter te worden gehoord. Deze kan ambtshalve of op verzoek ook andere personen als getuige of deskundige horen. Noch deze bepaling, noch enige andere rechtsregel verplicht de kantonrechter echter om in zaken als de onderhavige op verzoek een getuige of getuigen te horen. In het oordeel van de kantonrechter ligt besloten dat hij het klaarblijkelijk niet nodig heeft geacht om de ambtenaar als getuige op te roepen, omdat hij zich in staat heeft geacht en op grond van het dossier zich ook in staat heeft kunnen achten een oordeel te geven over het beroep van de betrokkene.
7. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.