ECLI:NL:GHARL:2020:1252

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2020
Publicatiedatum
14 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.265.618/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 61a RVV 1990Art. 3, tweede lid Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging boete voor vasthouden mobiele telefoon tijdens het rijden ondanks gebruik handscanner

Betrokkene werd beboet voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 15 november 2018 in Rotterdam. Hij voerde aan dat het geen telefoon was, maar een PostNL-handscanner van het merk Panasonic, die niet kan bellen. De kantonrechter wees het beroep af en het gerechtshof bevestigt deze beslissing.

De ambtenaar verklaarde dat betrokkene een telefoon met een opengeslagen cover vasthield en zichtbaar afgeleid was. Bij staandehouding bleek het een Samsung-telefoon te zijn. Betrokkene stelde dat het een werkscanner was, maar uit de technische folder bleek dat dit apparaat wel degelijk mobiele openbare telecommunicatiediensten ondersteunt, ook al kan er niet mee worden gebeld.

Het hof oordeelt dat het vasthouden van een dergelijk apparaat onder artikel 61a RVV 1990 valt en dat de kantonrechter terecht de boete heeft opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie van €230 blijft van kracht.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €230 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.265.618/01
CJIB-nummer
: 221457893
Uitspraak d.d.
: 14 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 juli 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 november 2018 om 15:55 uur op de Olympiaweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene voert aan dat de verklaring van de ambtenaar aan alle kanten rammelt en dat de kantonrechter ten onrechte heeft aangenomen dat een scanner van PostNL hetzelfde is als een mobiele telefoon. Met een scanner kun je echter niet bellen. Eerder in de procedure heeft hij een foto overgelegd van de scanner. Het betreft een scanner van het merk Panasonic (type: Toughpad FZ-N1). Ook heeft hij een folder overgelegd waarop de (specifieke) kenmerken van het toestel staan vermeld.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 61a (oud) van het Regelement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) inhoudende:
''Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon
vast te houden. Onder een mobiele telefoon wordt verstaan een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van
mobiele openbare telecommunicatiediensten.''
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn linkerhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. Betrof een Samsung telefoon. Betrokkene hield de telefoon (met opengeslagen cover) voor het gezicht tijdens het rijden. (…)
Verklaring betrokkene: het was mijn telefoon niet maar mijn scanner van het werk.’’
6. In een aanvullend ambtsedig proces-verbaal d.d. 30 januari 2019 verklaart de ambtenaar onder meer:
“Ik zag dat betrokkene met een op een mobiele telefoon gelijkend voorwerp met opengeslagen cover (hoesje) in zijn handen zat tijdens het rijden. Ik zag dat hij dit voorwerp voor mij duidelijk zichtbaar voor zijn gelaat hield tijdens het rijden. Ik zag dat betrokkene dusdanig afgeleid was door het kijken naar de telefoon dat hij mij, verbalisant, niet eens zag toen hij voor mij langs kruiste op de genoemde kruising. Nadat ik betrokkene had laten stoppen toonde hij mij een handscanner van zijn werk. Deze scanner had niet zo’n cover als hierboven genoemd. Nadat ik betrokkene naar zijn mobiele telefoon had gevraagd zag ik dat deze telefoon exact zo’n cover had als degene die ik daarvoor gezien had. Ook zag ik dat het daadwerkelijk een mobiele telefoon betrof van het merk Samsung. Betrokkene kruiste op circa 2 a 3 meter voor mij langs en ik had dus vrij en onbelemmerd zicht op de situatie. (…)’’
7. Uit de hiervoor vermelde verklaringen van de ambtenaar volgt dat is waargenomen dat de bestuurder van het voertuig met het hiervoor vermelde kenteken tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met de linkerhand vasthield. Bij de daarop gevolgde staandehouding blijkt dat het gaat om een mobiele telefoon van het merk Samsung. Hetgeen de betrokkene tegenover deze verklaringen heeft gesteld, geeft het hof geen aanleiding om aan de verklaringen te twijfelen. Daarbij merkt het hof nog op dat, zoals de advocaat-generaal ook heeft opgemerkt, als wordt uitgegaan van het verhaal van de betrokkene dat hij een scanner vasthield, dat ook artikel 61a van het RVV 1990 is geschonden. Het toestel van Panasonic is namelijk, zo volgt uit de overgelegde folder, te beschouwen als een apparaat dat bestemd is voor het gebruik van mobiele openbare telecommunicatie. Het begrip “mobiele openbare telecommunicatie’’ is ruimer dan ermee kunnen bellen, het gaat erom dat er data uitgewisseld kan worden via een openbaar netwerk. Uit de folder blijkt dat het toestel dit kan. Ook al kan er niet met een dergelijk toestel worden gebeld, het vasthouden hiervan is wel onder 61a van het RVV 1990 geschaard.
8. Het verweer treft geen doel. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen. Het hof zal deze bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.