ECLI:NL:GHARL:2020:1290

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 februari 2020
Publicatiedatum
17 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.247.006/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 50 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden door rood licht ondanks hulpdienst

De betrokkene werd beboet voor het negeren van een rood verkeerslicht op 8 december 2017 in Zaandam. Hij erkende de overtreding, maar voerde aan dat hij door rood reed om een politieauto met zwaailicht doorgang te verlenen, gesteund door een melding via een app en een telefonisch contact met de politie.

De kantonrechter wees het beroep af omdat de hulpdiensten niet op dezelfde foto stonden als de betrokkene en pas enkele seconden later passeerden. Het gerechtshof overwoog dat het niet is toegestaan om een rood licht te negeren, ook niet voor hulpdiensten, en dat het beroep op overmacht niet slaagt zonder bewijs dat de politieauto daadwerkelijk achter de betrokkene reed.

De betrokkene leverde geen bewijs zoals een screenshot van de appmelding. Ook de informatie van de advocaat-generaal toonde aan dat er geen hulpdienst binnen 22 seconden na het rode licht werd gesignaleerd. Het hof bevestigde daarom de opgelegde sanctie van €230.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €230 voor het negeren van een rood verkeerslicht ondanks het beroep op overmacht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.006/01
CJIB-nummer
: 212966940
Uitspraak d.d.
: 17 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 21 augustus 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 8 december 2017 om 11:31 uur op de N516 Dr. J.M. den Uylweg kruising Wibautstraat in Zaandam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De betrokkene ontkent niet de onderhavige gedraging te hebben verricht, maar stelt dat – zo begrijpt het hof althans – dit is gebeurd onder omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken. Hiertoe voert hij aan dat hij ten tijde van de gedraging genoodzaakt was om door rood licht te rijden om plaats te maken voor een politieauto met zwaailicht. Via een app op zijn telefoon zou de hulpdienst aan hem zijn gemeld. Hij heeft op 25 januari 2018 telefonisch van de politie vernomen dat deze rit op de uitruklijst van de politie zou voorkomen, echter deze lijst zou niet aan burgers worden verstrekt. De kantonrechter stelt dat de hulpdiensten niet op dezelfde foto staan als zijn auto, maar de hulpdiensten zijn pas enkele seconden later gepasseerd en konden dus niet op dezelfde foto staan. In reactie op het verweerschrift van de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal voert de betrokkene aan dat hij het onbegrijpelijk vindt dat de uitruklijst niet is opgevraagd. Tevens is het hem bekend dat een verkeerslicht, kort na rood, weer op groen kan springen en de hulpdiensten om die reden niet op latere foto’s te zien zullen zijn.
3. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft vrij uitvoerig gerespondeerd op het aangevoerde. Hij heeft foto’s bij het CJIB opgevraagd en binnen het uur zijn geen andere voertuigen op deze locatie gefotografeerd. Een uitruklijst is niet opgevraagd omdat met een uitruklijst
1)niet kan worden aangetoond dat dit politievoertuig in de
onmiddellijkeomgeving was op het moment van de gedraging
2)waardoor de betrokkene niet anders kon handelen dan dat hij heeft gedaan. Informatie bij de gemeente Zaandam heeft bovendien uitgewezen dat op het bewuste kruispunt om die tijd het minimaal 25 seconden duurt vanaf het moment dat het door de betrokkene genegeerde verkeerslicht voor rechtsaf op rood springt dit verkeerlicht, of de verkeerslichten voor rechtdoor en linksaf, op groen springen. Dit betekent dat er minimaal 22 seconden nadat de betrokkene door rood is gereden geen achteropkomende hulpdienst is gesignaleerd.
4. De advocaat-generaal stelt zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt dat het beroep op overmacht niet slaagt, nu niet vaststaat dat er ten tijde van de gedraging een politieauto achter de betrokkene heeft gereden.
5. Gelet op de stukken in het dossier, waaronder de foto's van de gedraging, en in aanmerking genomen dat de betrokkene erkent op de onder 1. vermelde datum, tijd en plaats door rood licht te zijn gereden, staat vast dat de gedraging is verricht. Het hof dient, gelet op het gevoerde verweer, te beoordelen of er sprake is van omstandigheden die meebrengen dat het opleggen van een sanctie niet billijk is.
6. Het hof begrijpt het standpunt van de betrokkene als een beroep op overmacht. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten of omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan.
7. Het hof overweegt dat het weggebruikers niet vrijstaat om een rood verkeerslicht te negeren teneinde daarmee hulpdiensten vrije doorgang te verlenen. Artikel 50 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 bepaalt dat weggebruikers voorrangsvoertuigen voor moeten laten gaan. Dit voorschrift ontheft hen echter niet van de verplichting om gevolg te geven aan andere verkeersregels en -tekens. Het beroep op overmacht wordt dan ook verworpen. Het hof overweegt overigens dat de betrokkene zijn stelling in het geheel niet heeft onderbouwd. Hij stelt door een app op zijn telefoon te zijn gewaarschuwd voor een naderende hulpdiensten, maar staaft zijn standpunt niet met bewijs. Hij had bijvoorbeeld een screenshot van deze melding in het geding kunnen brengen.
Daarbij komt dat het door de betrokkene geschetste scenario evenmin wordt ondersteund door de informatie die de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal in het geding heeft gebracht.
8. Er is dan ook terecht een sanctie opgelegd aan de betrokkene. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.