In deze civiele zaak staat de vergoeding van meerwerk na herstel van brandschade aan een woonark centraal. De geïntimeerde gaf opdracht aan de appellant, een aannemer, tot herstel van de brandschade, waarvoor een offerte van circa €76.379 inclusief btw werd goedgekeurd en betaald door de verzekeraar. Naast de overeengekomen werkzaamheden voerde de aannemer extra werkzaamheden uit, zoals installatie van een cv-ketel en keukenapparatuur, die niet in de offerte waren opgenomen.
De kantonrechter wees de oorspronkelijke vordering van de geïntimeerde grotendeels toe en verklaarde de meerwerkclaim van de aannemer niet-ontvankelijk wegens te late indiening. Het hof herbeoordeelt het geschil en oordeelt dat de meerwerkpost van €8.654 voor rekening van de geïntimeerde komt, omdat hij niet zonder meer mocht vertrouwen op de aannemer dat extra werkzaamheden binnen de aanneemsom vielen.
Het hof stelt vast dat de betaling van €8.500 als voorschot op de open haard en de vergoeding van €5.005 aan de broer van de geïntimeerde voor werkzaamheden onder de aanneemsom vallen en voor rekening van de aannemer zijn. Uiteindelijk wijst het hof een bedrag van €4.851 toe aan de aannemer, vermeerderd met wettelijke rente, en compenseert de proceskosten in beide instanties.