ECLI:NL:GHARL:2020:14

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 januari 2020
Publicatiedatum
2 januari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.236.163/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aansprakelijkheid kentekenhouder bij gebruik voertuig door derde ondanks onderhoudsperiode

De betrokkene is als kentekenhouder administratief aansprakelijk gesteld voor een snelheidsovertreding op 17 april 2017 met zijn voertuig. Hij voerde aan dat het voertuig op dat moment bij een garagebedrijf stond voor onderhoud en dat hij geen toestemming had gegeven voor het gebruik ervan.

Volgens artikel 5 van Pro de Wahv rust de aansprakelijkheid op de kentekenhouder, tenzij deze aannemelijk maakt dat het voertuig tegen zijn wil door een ander is gebruikt en dat hij dat gebruik niet redelijkerwijs kon voorkomen (artikel 8 Wahv Pro). De betrokkene stelde zich op deze uitzondering.

Het hof oordeelde echter dat de betrokkene het gebruik niet redelijkerwijs kon voorkomen, omdat hij het voertuig en de sleutels aan het garagebedrijf had overgedragen. Het ontbreken van uitdrukkelijke toestemming maakt dit niet anders. De verklaring van de ambtenaar die de foto van de overtreding maakte is niet betwist.

Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter dat de betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is voor de overtreding en de opgelegde sanctie van €124 terecht is.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aansprakelijkheid van de kentekenhouder en de opgelegde sanctie van €124.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.236.163/01
CJIB-nummer
: 206801021
Uitspraak d.d.
: 2 januari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 29 januari 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] (Duitsland).

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 124,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 16 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 17 april 2017 om 12:45 uur op de A2 trajectcontrole te Vinkeveen met het voertuig met het kenteken [YY-YY-0000] .
2. De betrokkene voert aan dat hij ten tijde van de gedraging niet in bezit was van het voertuig.
Het voertuig stond voor onderhoud bij een garagebedrijf. Bij zijn schrijven heeft hij rekening van het garagebedrijf bijgesloten. Het voertuig is tegen zijn wil gebruikt en hij heeft dit gebruik niet kunnen voorkomen.
3. Ingevolge artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) wordt, indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarom is het in beginsel niet van belang vast te stellen wie de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig was.
4. Artikel 8 van Pro de Wahv bevat een drietal uitzonderingen op de uit artikel 5 van Pro de Wahv voortvloeiende aansprakelijkheid, waaronder, voor zover hier van belang, de situatie waarin degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig gebruik is gemaakt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
5. Uit het voorgaande volgt dat de betrokkene zich als kentekenhouder van het voertuig kan bevrijden van aansprakelijkheid voor gedragingen die met zijn voertuig zijn begaan, door met concrete feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik is gemaakt en dat hij dat gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
6. Gelet op de omstandigheid dat de betrokkene het op zijn naam geregistreerde voertuig ter beschikking heeft gesteld aan het garagebedrijf en, naar het hof aanneemt, zijn sleutels daar ook heeft achtergelaten, zodat de overtreder van het voertuig gebruik kon maken, is niet aannemelijk geworden dat de betrokkene het gebruik van zijn voertuig redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Dat de betrokkene geen uitdrukkelijke toestemming had verleend voor dit gebruik, maakt dit oordeel niet anders. De betrokkene komt dan ook geen beroep toe op de uitzondering van artikel 8 van Pro de Wahv.
7. Aangezien de gedraging ingevolge artikel 5 van Pro de Wahv op kenteken is geregistreerd en de verklaring van de ambtenaar die de foto heeft uitgelezen verder niet is betwist, is het hof van oordeel dat de beschikking terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, is opgelegd.
8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.