ECLI:NL:GHARL:2020:1440

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 februari 2020
Publicatiedatum
19 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.226.197/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake snelheidsovertreding op N203

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie betreffende een snelheidsovertreding op de provinciale weg N203 te Krommenie. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond tegen de beslissing van de officier van justitie, vernietigde deze en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. De betrokkene vorderde tevens een proceskostenvergoeding.

De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat er geen proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter was opgemaakt, wat volgens vaste rechtspraak noodzakelijk is. Het hof constateerde het ontbreken van dit proces-verbaal, maar vond dat dit geen nadeel opleverde voor de betrokkene omdat de uitspraak van de kantonrechter een voldoende zakelijke weergave van de zitting bevatte.

Verder stelde de gemachtigde dat de exacte locatie van de overtreding onvoldoende was geïndividualiseerd, omdat uit de stukken niet duidelijk zou zijn waar de overtreding had plaatsgevonden. Het hof oordeelde dat het zaakoverzicht en de bijgevoegde foto's voldoende informatie bevatten om de locatie van de overtreding te preciseren, waaronder een kruising met verkeerslichten en een verkeersbord naar bedrijventerrein Assendelft.

Het hof concludeerde dat de gedraging voldoende is geïndividualiseerd en bevestigde het oordeel van de kantonrechter dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.226.197/01
CJIB-nummer
: 200911482
Uitspraak d.d.
: 19 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 17 oktober 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is door de kantonrechter toegewezen tot een bedrag van € 248,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 7 februari, 16 juli en 18 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

Beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene wijst er allereerst op dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting van de kantonrechter een proces-verbaal is opgemaakt. De rechtbank heeft geen afschrift van dit proces-verbaal toegezonden na het instellen van hoger beroep. Het is vaste rechtspraak van het hof dat van iedere zitting een proces-verbaal behoort te worden opgemaakt waarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaren is vervat, alsmede hetgeen ter zitting is voorgevallen. De beslissing van de kantonrechter voldoet hieraan volgens de gemachtigde niet.
2. Het hof stelt met de gemachtigde vast dat in deze zaak een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter d.d. 19 september 2017 ontbreekt. Het hof ziet in dit geval evenwel aanleiding om hieraan geen gevolgen te verbinden. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat de uitspraak van de kantonrechter, die wel in het dossier zit, een zakelijke weergave bevat van hetgeen ter zitting is voorgevallen, waaronder het door de officier van justitie naar voren gebrachte standpunt. Gelet hierop is de betrokkene door het ontbreken van het proces-verbaal niet in zijn belangen geschaad. De gemachtigde heeft dit ook niet gesteld.
3. Het andere bezwaar van de gemachtigde richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij deze inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 120,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 14 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 23 augustus 2016 om 13:47 uur op de N203 in Krommenie met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
4. De gemachtigde merkt op dat uit de overgelegde zaakstukken niet de exacte locatie van de verweten gedraging volgt. Weliswaar is een weg en een rijrichting aangeduid, maar niet duidelijk is ter hoogte van welke plek de gedraging zou hebben plaatsgevonden. Om deze reden is de gedraging niet afdoende te individualiseren, hetgeen de kantonrechter ten onrechte niet heeft onderkend.
5. In het dossier bevindt zich het zaakoverzicht. Uit de gegevens die hierin zijn opgenomen, volgt onder meer dat met een werkelijke (gecorrigeerde) snelheid van 64 km/h is gereden waar slechts 50 km/h gereden mocht worden en dat daarmee de maximumsnelheid met 14 km/h is overschreden. Voorts is vermeld dat de overtreding geautomatiseerd middels in een flitspaal gemonteerde radarapparatuur is vastgelegd en dat de gedraging heeft plaatsgevonden binnen de bebouwde kom. In het zaakoverzicht is ten slotte opgenomen dat de gedraging heeft plaatsgevonden op de provinciale weg N203 Zaandam-Castricum, rijrichting van Wormerveer naar Uitgeest.
6. Het dossier bevat tevens een tweetal foto’s van de gedraging. Op deze foto’s is het voertuig met het onder 3. vermelde kenteken te zien. Daarnaast is te zien dat het voertuig zich bevindt op een kruising met verkeerslichten. Op de kruising is een verkeersbord zichtwaar waarop wordt aangegeven dat links kan worden afgeslagen naar bedrijventerrein Assendelft. Bij het links afslaan wordt een spoorwegovergang overgestoken.
7. Uit het zaakoverzicht en met name hetgeen op de foto’s is te zien, is het hof van oordeel dat het dossier voldoende informatie bevat om de exacte locatie van de gedraging waarop de inleidende beschikking betrekking heeft te preciseren. De gemachtigde heeft onvoldoende onderbouwd waarom het de betrokkene ondanks deze informatie niet duidelijk is waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Het verweer faalt.
8. Het hof overweegt dat de gedraging op grond van het voorgaande vaststaat en dat de kantonrechter aldus een juiste beslissing heeft genomen door het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond te verklaren. Deze beslissing zal dan ook worden bevestigd. Aanleiding voor een proceskostenvergoeding is er niet.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.