Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Beoordeling
2. Het keuringsbewijs dient: (…)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd een boete van €130 opgelegd omdat zijn voertuig zonder geldig keuringsbewijs op de openbare weg zou hebben gestaan. Het voertuig was op 3 mei 2017 afgekeurd en stond in afwachting van onderdelen geparkeerd op de openbare weg, waarna het op 27 juni 2017 werd goedgekeurd. De betrokkene stelde dat het voertuig niet op de openbare weg had gereden en dat volgens artikel 11, tweede lid, van het Besluit voertuigen het voertuig twee maanden na afkeuring op de openbare weg mocht staan.
Het hof oordeelde dat deze lezing onjuist was omdat er nog geen keuringsbewijs was afgegeven op het moment van de overtreding. De periodieke keuringsplicht was herleefd na het opheffen van de schorsing van het kentekenbewijs, waardoor het voertuig op dat moment gekeurd had moeten zijn. De betrokkene had ook niet tijdig de geldigheid van het kentekenbewijs geschorst, wat voor zijn rekening kwam.
De advocaat-generaal stelde voor de boete te matigen tot de helft, wat het hof volgde. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter, verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en matigde de boete tot €65. Daarnaast werd bepaald dat dit bedrag aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Uitkomst: Het gerechtshof matigt de boete tot €65 en vernietigt de beslissing van de kantonrechter.