ECLI:NL:GHARL:2020:1491

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.247.848/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 3 WahvArt. 14 WahvArt. 6:24 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late indiening beroepschrift Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De kantonrechter had het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hof beoordeelde of het hoger beroep tijdig was ingesteld. De beroepstermijn liep tot 27 september 2018, terwijl het beroepschrift was gedateerd op 29 september 2018. Er ontbraken ontvangststempels en de envelop, waardoor niet kon worden vastgesteld wanneer het beroepschrift ter post was bezorgd.

Het hof ging ervan uit dat het beroepschrift na de termijn was gepost en ontvangen, mede omdat de betrokkene geen aannemelijke verklaring gaf voor de late datering. Hierdoor werd het beroep als niet tijdig beschouwd. Omdat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding was aangetoond, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Het hof kon daardoor niet inhoudelijk ingaan op de bezwaren van de betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken in een openbare zitting te Leeuwarden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.848/01
CJIB-nummer
: 204091003
Uitspraak d.d.
: 21 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2018, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Tegen de beslissing van de kantonrechter kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld. Dat volgt uit de artikelen 13, derde lid, en 14 van de Wahv en de artikelen 6:24, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht. De termijn voor het instellen van hoger beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd.
2. De beslissing van de kantonrechter is op 16 augustus 2018 aan de betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 27 september 2018. Het beroepschrift is gedateerd 29 september 2018. Er bevindt zich geen stempel van ontvangst op dit beroepschrift en tevens ontbreekt de envelop waarin het beroepschrift is verzonden. Derhalve kan niet worden vastgesteld wanneer het beroepschrift ter post is bezorgd en wanneer het beroepschrift is ontvangen. Gelet echter op het feit dat het beroepschrift is gedateerd na het einde van de beroepstermijn, moet het ervoor worden gehouden dat het beroepschrift na de termijn is gepost en na de termijn is ontvangen. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de betrokkene niet heeft gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat hij het beroepschrift van een onjuiste datering heeft voorzien. Het hof stelt aldus vast dat het beroep tegen de beslissing van de kantonrechter niet tijdig is ingesteld.
3. Aangezien niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit houdt in dat het hof niet toe kan komen aan een beoordeling van de bezwaren van de betrokkene tegen de beslissing van de kantonrechter.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.