ECLI:NL:GHARL:2020:1511

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2020
Publicatiedatum
21 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.226.633/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 WahvArt. 13 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter wegens niet-ondertekend proces-verbaal en gegrondverklaring beroep tegen officier van justitie in bestuursstrafzaak snelheidsovertreding

In deze bestuursstrafzaak tegen de betrokkene wegens een snelheidsovertreding op 2 juni 2016 op de N3-Randweg te Dordrecht, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter van 25 september 2017.

Het hof constateerde dat het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter niet was ondertekend door de kantonrechter die de zaak behandelde, noch door een griffier, waardoor het proces-verbaal niet voldeed aan de wettelijke eisen. Hierdoor kon de beslissing van de kantonrechter niet in stand blijven en werd deze vernietigd.

Verder werd het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard omdat de hoorplicht was geschonden; de betrokkene had op juiste wijze verzocht te worden gehoord, maar dit verzoek was ten onrechte afgewezen.

Ten slotte beoordeelde het hof het beroep tegen de inleidende beschikking waarbij een administratieve sanctie van €186,- was opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid met 21 km/h. Op basis van foto’s, het zaakoverzicht en de positie van het voertuig werd vastgesteld dat de overtreding door het voertuig van de betrokkene was begaan. Dit beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaart het beroep tegen de officier van justitie gegrond en het beroep tegen de snelheidsovertreding ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.226.633/01
CJIB-nummer
: 198621452
Uitspraak d.d.
: 21 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 september 2017, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , kantoorhoudende te [C] .

Het tussenarrest

Bij tussenarrest van 4 december 2019 is de griffier van de rechtbank in de gelegenheid gesteld om het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 11 september 2017 te verstrekken. De inhoud van dat arrest wordt hier als ingelast beschouwd.

Het verdere verloop van de procedure

Op 18 december 2019 heeft het hof een gewaarmerkt afschrift ontvangen van het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter.
Een afschrift daarvan is verzonden aan de gemachtigde van de betrokkene en de advocaat-generaal.
De gemachtigde van de betrokkene heeft hierop bij faxbericht van 1 januari 2020 gereageerd.

Beoordeling

1. De gemachtigde voert ten aanzien van het ontvangen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter aan dat dit is ondertekend door een andere kantonrechter dan de kantonrechter die op het beroep heeft beslist en uitspraak heeft gedaan. Daarnaast is niet bekend door welke griffier het proces-verbaal is opgemaakt en is het ook niet door een griffier ondertekend, nu de griffier buiten staat zou zijn geweest te ondertekenen.
2. Het hof stelt vast dat in het proces-verbaal van de zitting de naam van de kantonrechter staat vermeld die het beroep ter zitting van 11 september 2017 heeft behandeld en op 25 september 2017 uitspraak heeft gedaan. De naam van de griffier is niet vermeld, evenmin als de naam van de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie. Zoals de gemachtigde terecht stelt, is het proces-verbaal door een ander ondertekend dan de kantonrechter die de zaak ter zitting heeft behandeld. Dit is niet juist. De kantonrechter die de zaak ter zitting heeft behandeld dient het proces-verbaal te ondertekenen. Indien deze daartoe buiten staat is, dient dit in het proces-verbaal te worden opgenomen. Een dergelijke vermelding ontbreekt. Van een deugdelijk proces-verbaal in de zin van artikel 13, tweede en derde lid van de Wahv juncto artikel 12 van Pro de Wahv is geen sprake.
3. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kan blijven. Het hof zal deze beslissing dan ook vernietigen. Ter beoordeling staat thans het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie.
4. De gemachtigde heeft onder meer aangevoerd dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden.
5. Het hof stelt vast dat het verzoek om te worden gehoord in administratief beroep op juiste wijze is gedaan. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat andere redenen daartoe ontbreken, heeft de officier van justitie ten onrechte van het horen afgezien. Dit brengt mee dat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond wordt verklaard en dat die beslissing wordt vernietigd. De overige bezwaren tegen die beslissing behoeven daarom geen bespreking meer.
6. Vervolgens zal het hof overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking, waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een administratieve sanctie van € 186,- is opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op (auto)snelwegen buiten bebouwde kom, met 21 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 juni 2016 om 11.28 uur op het de N3-Randweg (bij hectometerpaal 3.2) te Dordrecht met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
7. De gemachtigde voert aan dat op de foto meerdere voertuigen te zien zijn. Nergens uit de stukken blijkt hoe is vastgesteld dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Daarnaast stelt hij dat zich in het dossier geen ambtsedige verklaring van een ambtenaar bevindt. De tekst in het zaakoverzicht kan niet als zodanig worden aangemerkt, zodat daaraan geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend.
8. De Wahv stelt niet de eis dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een opsporingsambtenaar ten grondslag ligt. De vaststelling dat een gedraging is verricht kan ook worden gebaseerd op de gegevens in het zaakoverzicht. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
9. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"De werkelijke snelheid stelde ik vast met behulp van een voor de meting getest, geijkt en op de voorgeschreven wijze gebruikt snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 105 km per uur.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 101 km per uur.
Toegestane snelheid : 80 km per uur.
Overschrijding met : 21 km per uur."
10. Het dossier bevat verder twee foto's van de gedraging. Op deze foto's zijn twee rijstroken te zien en meerdere voertuigen. Het voertuig met kenteken [00-YYY-0] bevindt zich vooraan op de foto op de linker rijstrook. Van dit voertuig is het kenteken uitvergroot. Uit de gegevens bij de foto's blijkt dat de geconstateerde snelheid 105 km/h bedraagt en dat de meting is verricht op rijstrook 1 RD (rechtdoor). Gelet op de positie van de flitspaal aan de rechterkant, betreft dit de rijstrook waarop het voertuig met voornoemd kenteken rijdt.
11. Het hof is van oordeel dat uit het samenstel van de foto's, de daarbij behorende gegevens en de gegevens in het zaakoverzicht volgt dat de gedraging is verricht met het voertuig van de betrokkene. Het verweer van de gemachtigde wordt dan ook verworpen.
12. Het voorgaande brengt mee dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond wordt verklaard.
13. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.