Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelt het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de uithuisplaatsing van haar minderjarige kind. De uithuisplaatsing was reeds eerder door de kinderrechter en het hof noodzakelijk bevonden. De moeder betwist de verlenging en wenst dat haar kind direct bij haar thuis wordt geplaatst.
De minderjarige verblijft sinds februari 2019 in een jeugdhulpinstelling, maar er is nog geen duidelijkheid over een passende behandeling en toekomstperspectief. Het hof constateert grote zorgen over het welzijn van het kind en wijst op de onwenselijke situatie dat het kind aangeeft niet meer te willen leven.
Daarnaast merkt het hof op dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling bijzonder ongelukkig is verlopen, met meerdere wisselingen van jeugdzorgwerkers en communicatieproblemen, wat de situatie niet ten goede komt. Het hof acht het noodzakelijk om nadere informatie te ontvangen over het OTS-plan, observatieverslagen, evaluaties en het standpunt van de gecertificeerde instelling over mogelijke opname in een gezinskliniek.
Daarom wordt de behandeling aangehouden tot 3 april 2020 en wordt de gecertificeerde instelling verzocht uiterlijk 27 maart 2020 de gevraagde informatie te overleggen, waarna het hof opnieuw zal beslissen over de verlenging van de uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing over verlenging van de uithuisplaatsing aan en verzoekt nadere informatie van de gecertificeerde instelling.