ECLI:NL:GHARL:2020:1620
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toerekenbaar tekortschieten bij samenwerkingsovereenkomst en opzegging gerechtvaardigd
De zaak betreft een geschil tussen SubsidieZeker B.V. (SZ) en BCS HRM en Salarisadministratie B.V. (BCS) over de uitvoering en beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst. SZ ondersteunde bedrijven bij subsidies, BCS bood HRM- en salarisadministratiediensten. SZ ondertekende machtigingsformulieren met valse handtekeningen, wat leidde tot wantrouwen en opzegging door BCS per 30 oktober 2015.
De rechtbank oordeelde dat SZ frauduleus had gehandeld, waardoor BCS de overeenkomst mocht ontbinden en schadevergoeding kon eisen. Het hof bevestigt dit oordeel en stelt dat SZ onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat BCS instemde met het frauduleuze handelen. Het hof benadrukt dat het valselijk ondertekenen van formulieren de reputatie van BCS schaadde en een onmiddellijke opzegging rechtvaardigde.
Verder oordeelt het hof dat lopende opdrachten tot 30 oktober 2015 in principe door SZ uitgevoerd moesten worden, maar BCS haar klanten mocht informeren en overnemen vanwege het frauduleuze handelen. Het concurrentiebeding geldt alleen tijdens de overeenkomst en niet na beëindiging, waardoor SZ’s vorderingen daarop worden afgewezen.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelt het hof dat BCS financieel niet slechter af is door het handelen van SZ, omdat BCS een voordeel heeft genoten dat hoger is dan de geleden schade. Uiteindelijk veroordeelt het hof BCS tot betaling van €66.095,91 aan SZ en wijst de vorderingen van BCS in reconventie af. Beide partijen dragen hun eigen kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en veroordeelt BCS tot betaling van €66.095,91 aan SZ, wijst de vorderingen van BCS af en bepaalt dat partijen hun eigen kosten dragen.