ECLI:NL:GHARL:2020:1730

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 februari 2020
Publicatiedatum
27 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.262.410/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden zonder bijzondere omstandigheden

De betrokkene werd bij inleidende beschikking gesanctioneerd met een boete van €230 wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op de Rijksweg A2 in Geleen op 16 januari 2018.

In hoger beroep erkende de gemachtigde dat de telefoon werd vastgehouden, maar stelde dat dit gebeurde omdat de telefoon van de stoel viel en snel werd opgepakt zonder de intentie deze te gebruiken. De betrokkene had de telefoon niet bekeken of gebruikt.

Het hof oordeelde dat de gedraging vaststond en dat de omstandigheden niet bijzonder genoeg waren om van het standaardtarief af te wijken. Het vasthouden, ook al was het kort en zonder gebruik, voldeed aan de wettelijke sanctie. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hof bevestigt de boete van €230 voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.262.410/01
CJIB-nummer
: 213895203
Uitspraak d.d.
: 27 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 16 mei 2019, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] (Duitsland).
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 februari 2020. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [D] .

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 16 januari 2018 om 16.12 uur op de Rijksweg A2 in Geleen met het voertuig met het kenteken
[YY-YY0000] .
2. De gemachtigde van de betrokkene ontkent niet dat zij haar telefoon heeft vastgehouden tijdens het rijden, maar doet een beroep op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht. De telefoon was namelijk van haar stoel gegleden. De betrokkene heeft deze vervolgens snel opgepakt en in haar tas gedaan, zonder de bedoeling om de telefoon te gebruiken. Ze heeft ook niet gekeken of gebeld. Het had elk ander object kunnen zijn dat van haar stoel schoof. De betrokkene begrijpt niet dat onder deze omstandigheden een straf wordt opgelegd die gelijk staat aan het bedienen van of bellen met de telefoon.
3. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de betrokkene niet ontkent de telefoon te hebben vastgehouden, is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
4. Het hof stelt het volgende voorop. Op grond van artikel 2, derde lid, van de Wahv is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt mee dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere omstandigheden kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
5. Naar het oordeel van het hof is er in het onderhavige geval geen sprake van bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld. De omstandigheid dat de betrokkene de telefoon maar heel even heeft vastgehouden om deze op te pakken, is geen omstandigheid die aanleiding geeft af te wijken van de vastgestelde tarieven. Daarbij komt dat de telefoon is gevallen doordat de betrokkene deze op haar stoel had neergelegd, waar deze tijdens het rijden van af kon vallen. De gevolgen daarvan komen voor haar rekening.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.