ECLI:NL:GHARL:2020:1733

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 februari 2020
Publicatiedatum
27 februari 2020
Zaaknummer
Wahv 200.201.613/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen boete voor onjuiste parkeerschijfinstelling bij blauwe streep

De betrokkene werd beboet voor het parkeren bij een blauwe streep met een parkeerschijf die niet correct was ingesteld. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat het recht om te worden gehoord was geschonden. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond.

De betrokkene stelde dat de parkeerschijf op het juiste tijdstip was ingesteld (12:30 uur) terwijl het voertuig om 12:05 uur werd geparkeerd, wat volgens de regels is toegestaan. De ambtenaar constateerde echter dat het voertuig al om 11:55 uur geparkeerd stond en dat de parkeerschijf op 12:30 uur stond ingesteld. Volgens artikel 25 lid 4 RVV Pro 1990 mag de parkeerschijf alleen worden ingesteld op het eerstvolgende hele of halve uur na aankomst, waardoor de schijf op 12:00 uur had moeten staan.

Het hof oordeelde dat het verweer van de betrokkene niet aannemelijk was en dat de parkeerschijf niet aan de gestelde eisen voldeed. Daarom bleef de boete in stand en werd het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het hoger beroep leidt tot vernietiging van het vonnis van de kantonrechter en gegrondverklaring van het beroep tegen de officier van justitie, maar de boete wegens onjuiste parkeerschijfinstelling blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.201.613/01
CJIB-nummer
: 187844992
Uitspraak d.d.
: 27 februari 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 augustus 2016, betreffende

[betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Op 6 oktober 2017 en 16 juli 2018 zijn nog brieven van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen.

Beoordeling

1. De gemachtigde heeft in hoger beroep aangevoerd dat het recht om te worden gehoord is geschonden in de administratief beroepsprocedure, hetgeen ten onrechte door de kantonrechter niet is onderkend.
2. Het hof stelt vast dat het verzoek tot horen in administratief beroep op juiste wijze is gedaan en zich geen uitzonderingsgevallen voordoen. Het hof zal op basis van deze grond - in het licht van bestendige, bekende en daarom niet nader te bespreken vaste rechtspraak van het hof op dit punt – de beslissing van de kantonrechter vernietigen en, doende hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaren, die beslissing vernietigen en het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.
3. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep met een parkeerschijf die niet voldoet aan de gestelde eisen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 februari 2015 om 12:10 uur op de Thuvinestraat in Duiven met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
4. Anders dan de ambtenaar verklaart, heeft de betrokkene het voertuig om 12:05 uur geparkeerd en de parkeerschijf ingesteld op 12:30 uur. Dit zou ook te zien zijn op de door de betrokkene meegestuurde foto. Nu het is toegestaan de parkeerschijf af te ronden op halve uren, moet het ervoor worden gehouden dat het voertuig van de betrokkene was voorzien van een correct ingestelde parkeerschijf. De inleidende beschikking kan daarom volgens de gemachtigde niet in stand blijven.
5. De inleidende beschikking ziet op overtreding van artikel 25 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), welke bepaling als volgt luidt:
“1. Het is verboden in een parkeerschijfzone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
2. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
3. Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt.
4. Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.
5. Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden het tweede tot en met het vierde lid slechts gedurende die dagen of uren.”
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Overtreden artikel: 25 lid 3 RVV 1990.
Opmerkingen ambtenaar 1:
Ik, verbalisant, zag dat genoemd voertuig bij een blauwe streep geparkeerd stond met een parkeerschijf waarop een later tijdstip stond aangegeven dan waarop begonnen was met parkeren. Ik constateerde namelijk al om 11:55 uur dat de parkeerschijf van voornoemd voertuig op 12:30 uur stond ingesteld. Omdat er een ander voertuig zonder blauwe schijf naast genoemd voertuig geparkeerd stond, heb ik besloten om eerst het voertuig zonder blauwe schijf te bekeuren. Het kenteken van dat voertuig was [0-YYY-00] . Vervolgens heb ik van de blauwe schijf van eerstgenoemd voertuig met mijn telefoon enkele foto’s genomen, omdat mij ambtshalve bekend is dat hier weleens achteraf discussies over kunnen ontstaan. Diezelfde middag werd ik door de receptioniste van de gemeente Duiven benaderd met het verzoek om mevrouw [betrokkene] terug te bellen. Dit, omdat mevrouw [betrokkene] voor haar auto met kenteken [00-YY-YY] een bekeuring had gekregen, terwijl zij haar blauwe schijf op 11:30 uur had ingesteld. Er waren ook getuigen die dit konden bevestigen. Ik heb mevrouw [betrokkene] vervolgens op het gemeentehuis uitgenodigd en haar geconfronteerd met de foto’s waarop duidelijk was afgebeeld dat haar blauwe schijf niet op 11:30 uur maar op 12:30 uur stond ingesteld. Ik heb mevrouw [betrokkene] toen verteld dat zij de acceptgirokaart moest afwachten en dan bezwaar kon aantekenen. Mevrouw [betrokkene] is die week nog enkele malen aan de balie van het gemeentehuis geweest met een ander verhaal, namelijk dat ze op de dag van de bekeuring om 12:05 uur (het tijdstip van het proces-verbaal) was aangekomen in de blauwe zone en dat ze daarom haar parkeerschijf op 12:30 uur had ingesteld. De gemeente Duiven heeft mevrouw toen nogmaals aangegeven dat zij haar bezwaar bij justitie moest indienen.”
7. Dat het voertuig van de betrokkene bij een blauwe streep geparkeerd stond en dat er een parkeerschijf in het voertuig lag die stond ingesteld op 12:30 uur staat niet ter discussie. De vraag is echter of de parkeerschijf, gelet op het moment van parkeren, stond ingesteld op de juiste aanvangstijd en dat daarmee is voldaan aan de gestelde eisen.
8. Uit zijn verklaring volgt dat de ambtenaar heeft geconstateerd dat het voertuig van de betrokkene op de dag van de gedraging (al) om 11:55 uur stond geparkeerd bij een blauwe streep. Het bepaalde in artikel 25, vierde lid, van het RVV 1990 in acht nemende, betekent dit dat de parkeerschijf had moeten worden ingesteld op 12:00 uur en niet op 12:30 uur. Er is aldus niet voldaan aan het gestelde in artikel 25, vierde lid, RVV 1990, hetgeen betekent dat de parkeerschijf niet voldoet aan de gestelde eisen en dat de onderhavige gedraging is verricht. Dat pas om 12:05 uur met parkeren is begonnen, zoals de gemachtigde stelt, is niet aannemelijk gemaakt. Het verweer faalt.
9. Voorgaande houdt in dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond zal worden verklaard. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt deze;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.