Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder en vader zijn de ouders van een minderjarige die sinds oktober 2016 bij de vader woont. Na een uithuisplaatsing is de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vader vastgesteld. De omgangsregeling tussen moeder en kind was beperkt tot eens per vier weken drie uur begeleid contact. De gecertificeerde instelling (GI) stuurde op 16 oktober 2018 een e-mail aan de moeder waarin de omgang werd beperkt tot twee uur begeleide omgang per vier weken.
De moeder verzocht de rechtbank om deze schriftelijke aanwijzing te vernietigen en een ruimere omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank wees dit af en het hof bekrachtigde deze beslissing. De moeder stelde dat de e-mail van de GI een schriftelijke aanwijzing was in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat de GI onjuist had gehandeld door de omgang via e-mail te beperken zonder tussenkomst van de kinderrechter.
Het hof oordeelde dat de e-mail geen schriftelijke aanwijzing was omdat het kind niet uithuisgeplaatst was en de hoofdverblijfplaats al bij de vader was vastgesteld. De moeder kon de procedure die zij volgde niet gebruiken om de omgangsbeperking aan te vechten. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het beroep van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de moeder af, waardoor de omgangsbeperking blijft gehandhaafd.