De zaak betreft het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel die het gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen heeft beëindigd. De kinderen zijn sinds 2010 onder toezicht gesteld en sinds 2015 uithuisgeplaatst, verblijvend in een woongroep en een gezinshuis. De moeder is duurzaam bereid de kinderen elders te laten opgroeien, maar dit staat niet in de weg aan de beëindiging van het gezag.
Het hof overweegt dat het belang van het kind bij stabiliteit, continuïteit en duidelijkheid voorop staat. De moeder heeft beperkte draagkracht vanwege eigen problematiek, en het is in het belang van de kinderen dat een voogd de noodzakelijke beslissingen neemt. De moeder blijft echter belangrijk voor de kinderen en het contact kan versterkt worden door de beëindiging van het gezag.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het beroep van de moeder af, waarbij het gezag over de kinderen wordt beëindigd en een gecertificeerde instelling als voogd wordt benoemd.