Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van de woning aan de [a-straat] 34 te [Z] per 1 januari 2016 vast op €408.000, met een daarop gebaseerde OZB-aanslag van €430,03 voor 2017. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde primair een waarde van €278.000 en subsidiair circa €380.000 voor.
Na een eerdere afwijzing door de rechtbank Midden-Nederland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 20 december 2019 werd het geschil behandeld. Het hof beoordeelde de taxatiematrix van de heffingsambtenaar, die vijf vergelijkbare panden in dezelfde wijk gebruikte, en concludeerde dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Het taxatierapport van belanghebbende, met een lagere waarde gebaseerd op oudere referentieobjecten, overtuigde het hof niet vanwege de afwijkende peildatum en onvoldoende onderbouwing van verschillen tussen objecten. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met kwaliteit en onderhoud. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €408.000 wordt bevestigd.