ECLI:NL:GHARL:2020:1944

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 maart 2020
Publicatiedatum
5 maart 2020
Zaaknummer
Wahv 200.247.453/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 WVW 1994Art. 67 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens verlopen APK-keuringsbewijs voor Nederlands voertuig in buitenland

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €130 omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig op het moment van controle was verlopen. Het voertuig stond geregistreerd op zijn naam en de overtreding vond plaats op 27 december 2017.

De betrokkene voerde aan dat het voertuig zich langere tijd in het buitenland bevond en dat een keuring in een ander EU-land niet in Nederland werd erkend, wat volgens hem tot rechtsongelijkheid leidde. Ook stelde hij dat de kantonrechter ten onrechte had aangenomen dat een voertuig drie maanden voor de vervaldatum gekeurd kon worden, terwijl dit twee maanden zou moeten zijn.

Het hof oordeelde dat de Tijdelijke Regeling buitenlandse APK slechts keuringen in België en Spanje erkende, en dat het Europese Hof heeft bepaald dat lidstaten niet verplicht zijn keuringen uit andere lidstaten te accepteren. Aangezien het voertuig niet in België of Spanje was, moest de betrokkene het voertuig in Nederland laten keuren. Tevens had hij de mogelijkheid om de tenaamstelling te schorsen, waardoor de keuringsplicht tijdelijk zou zijn komen te vervallen.

Het hof vond geen reden om de sanctie te matigen en bevestigde de beslissing van de kantonrechter, met een correctie dat een voertuig twee maanden voor de vervaldatum gekeurd kan worden in plaats van drie maanden.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €130 wegens het rijden met een voertuig waarvan het keuringsbewijs was verlopen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.247.453/01
CJIB-nummer
: 213203177
Uitspraak d.d.
: 5 maart 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 24 augustus 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
vertegenwoordigd door: [B] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die
gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie van € 130,- opgelegd voor: “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 27 december 2017 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
2. Namens de betrokkene wordt - zakelijk weergegeven - aangevoerd dat de gedraging weliswaar is verricht, maar dat hem hiervoor in alle redelijkheid geen sanctie mocht worden opgelegd. Het voertuig bevond zich van juli 2017 tot en met maart 2018 in het buitenland. Een eventuele keuring in een (ander) EU-land is in Nederland niet geldig, terwijl een Nederlandse keuring daar wel geldig is. Dit levert rechtsongelijkheid op. In de situatie waarbij een voertuig zich voor langere tijd in het buitenland bevindt, kan van een kentekenhouder niet worden gevergd dat hij voor een keuring teruggaat naar Nederland. De kantonrechter heeft daarnaast ten onrechte overwogen dat het vanaf drie maanden voor de vervaldatum mogelijk is om een voertuig te laten keuren; dit moet twee maanden zijn. De verwijzing door de advocaat-generaal naar de Tijdelijke regeling buitenlandse APK gaat bovendien niet op, omdat op basis van deze regeling slechts in België en Spanje uitgevoerde keuringen door de RDW in Nederland worden erkend.
3. De sanctie is opgelegd voor een overtreding van artikel 72, lid 2, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994).
4. Artikel 72 WVW Pro 1994 houdt in, voor zover hier van belang:
“2. Het keuringsbewijs dient: (...)
b. zijn geldigheid niet te hebben verloren, (...).
3. Voor overtreding van het eerste lid en het bepaalde bij of krachtens het tweede lid zijn aansprakelijk:
a. voor zover het betreft een motorrijtuig, de eigenaar of houder, alsmede in het geval dat met dat motorrijtuig over de weg wordt gereden, de bestuurder.”
5. Deze bepaling verplicht de eigenaar of houder van het voertuig om over een geldig keuringsbewijs te beschikken. Onbetwist staat op basis van de gegevens in het dossier vast dat het keuringsbewijs voor het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken op de datum van de registercontrole zijn geldigheid had verloren, terwijl de betrokkene als eigenaar van het voertuig in het kentekenregister stond geregistreerd. Dit betekent dat de onderhavige gedraging is verricht.
6. Met betrekking tot de Tijdelijke Regeling buitenlandse APK (Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 13 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/101212, houdende vaststelling van tijdelijke regels met betrekking tot de keuring van Nederlands gekentekende motorrijtuigen en aanhangwagens en de afgifte van een keuringsbewijs door buitenlandse keuringsinstanties) waaraan de advocaat-generaal refereert, overweegt het hof dat het ten tijde van de gedraging niet mogelijk was om in een (andere) lidstaat van de EU een keuring uit te laten voeren die in Nederland werd erkend. Op basis van deze regeling, die gelding had vanaf 1 januari 2014 tot en met 30 september 2018, was dit wel mogelijk in de lidstaten België en Spanje (waarbij het in Spanje nog slechts een proef betrof). Het hof volgt de betrokkene niet in diens stelling dat dit rechtsongelijkheid oplevert. In de memorie van toelichting behorende bij deze regeling (Kamerstukken II 2009/10, 32 403, nr. 4) is te lezen dat het Europese Hof heeft beslist dat EU-lidstaten niet verplicht zijn om keuringen uit andere lidstaten te accepteren. Het verweer faalt.
7. Het voertuig van de betrokkene bevond zich kennelijk niet in België en Spanje, zodat het voor de betrokkene enkel mogelijk was om zijn voertuig in Nederland te laten keuren. Getuige de inhoud van zijn beroepschrift was de betrokkene hiervan op de hoogte, maar heeft hij dit nagelaten. De gevolgen hiervan komen dan ook voor zijn rekening.
8. Het hof overweegt verder nog dat artikel 67 van Pro de WVW 1994 de eigenaar of houder van het voertuig de mogelijkheid geeft de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Nu de betrokkene niet aan de periodieke keuringsplicht wilde voldoen, had het op zijn weg gelegen om de tenaamstelling van het voertuig in het kentekenregister te laten schorsen, in welk geval de keuringsplicht gedurende de schorsingsperiode niet had gegolden.
9. Gelet op het voorgaande is er naar het oordeel van het hof geen sprake van zodanige omstandigheden dat het opleggen van de onderhavige sanctie niet te billijken valt, dan wel dat matiging van die sanctie gerechtvaardigd is. De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren en deze beslissing zal worden bevestigd. Nu de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat een voertuig drie maanden (in plaats van twee) voor de vervaldatum kan worden gekeurd, zal het hof die beslissing op dat punt verbeterd lezen.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.