Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De beoordeling van het geschil in hoger beroep
3.De slotsom
980,00(1 punt x tarief € 980)
324,00
2.148,00(2 punten x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft de opheffing van executoriale beslagen die appellanten c.s. op het pand aan de [a-straat] 293 BS te [C] hadden gelegd. De beslagen waren gelegd ten laste van mede-eigenaar [D] vanwege geldvorderingen. [geïntimeerde] had het pand verkocht aan [E], maar appellanten c.s. voerden aan dat de verkoopprijs te laag was en dat er geen spoedeisend belang bestond voor opheffing van de beslagen.
De voorzieningenrechter had de beslagen opgeheven, maar het hof herbeoordeelde dit en oordeelde dat er onvoldoende spoedeisend en zwaarwegend belang was voor [geïntimeerde]. Het hof stelde vast dat de verkoop aan een bekende van [geïntimeerde] plaatsvond met een terugkoopgarantie en dat de bank geen executiedreiging meer uitoefende. Daarnaast was de marktwaarde vermoedelijk hoger dan de verkoopprijs, mede gezien de WOZ-waarden en de mogelijkheid tot legalisatie van het pand.
Het hof vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en wees de vorderingen van [geïntimeerde] af. Tevens veroordeelde het hof [geïntimeerde] in de proceskosten van beide instanties. De beslissing was uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering tot opheffing van de executoriale beslagen af wegens onvoldoende spoedeisend en zwaarwegend belang.