ECLI:NL:GHARL:2020:2190
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoorplicht bij bestuursrechtelijke snelheidsovertreding en uitstelverzoek
De betrokkene maakte bezwaar tegen een administratieve sanctie wegens een snelheidsovertreding op de N354 buiten de bebouwde kom. De gemachtigde van de betrokkene verzocht om uitstel van een zitting, maar kon dit niet aantonen. Tevens werd gesteld dat de officier van justitie onterecht afzag van een hoorzitting, terwijl de gemachtigde expliciet had verzocht om gehoord te worden op een andere datum.
Het hof oordeelde dat het verzoek om uitstel niet was bewezen en dat de hoorzitting van 22 augustus 2017 niet heeft plaatsgevonden, waardoor de betrokkene niet is gehoord. Dit is een schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Daarom werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd en het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard.
Ten aanzien van de snelheidsovertreding oordeelde het hof dat de meetapparatuur correct was geijkt en dat de betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de gemeten snelheid onjuist was. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd daarom ongegrond verklaard. Een verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Beslissing van kantonrechter vernietigd wegens schending hoorplicht; beroep tegen snelheidsovertreding ongegrond verklaard.