ECLI:NL:GHARL:2020:2199

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 maart 2020
Publicatiedatum
12 maart 2020
Zaaknummer
Wahv 200.259.597/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking vasthouden mobiele telefoon tijdens rijden wegens twijfel aan gedraging

De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 29 januari 2018. Zij stelde dat zij geparkeerd stond en vanwege reumatoïde artritis haar rechterarm niet naar haar oor kon brengen. Ook wees zij op een fout in het geslacht in de ambtenarenverklaring.

Het hof benadrukte dat de verklaring van de ambtenaar niet automatisch geloofd wordt; er moet concrete twijfel zijn om de verklaring te weerleggen. Gezien de onduidelijkheden en de discrepantie in de verklaring ontstond bij het hof gerede twijfel of de gedraging daadwerkelijk had plaatsgevonden.

Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond. De zaak werd gerestitueerd aan de advocaat-generaal voor verdere afhandeling.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden wordt vernietigd wegens twijfel aan de gedraging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.259.597/01
CJIB-nummer
: 214080690
Uitspraak d.d.
: 12 maart 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 29 januari 2018 om 10:20 uur op de Kleine Wijzend in Berkhout met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De betrokkene stelt dat het niet mogelijk is dat de ambtenaren gezien hebben wat zij hebben verklaard. Zij stond, zoals ze van meet af aan heeft aangevoerd, stil op de parkeerplaats op het moment dat zij gebeld werd. Daarnaast kan zij haar rechterarm niet naar haar oor brengen, omdat deze door reumatoïde artritus al jaren “vast zit’’. De betrokkene merkt ook op dat in de verklaring van de ambtenaren wordt gesproken van een mannelijke betrokkene, terwijl de betrokkene een vrouw betreft.
3. Het hof stelt voorop dat – anders dan de betrokkene kennelijk begrepen heeft naar aanleiding van de zitting van de kantonrechter – het niet zo is dat de ambtenaar altijd in het gelijk wordt gesteld en op zijn woord wordt geloofd. Als de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden, is diens verklaring een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Of de verklaring van de ambtenaar voor juist wordt gehouden is ervan afhankelijk of er specifieke feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van die verklaring dan wel uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken. Er hoeft dus niet het bewijs van onschuld te worden geleverd, maar er mag wel worden verwacht dat door middel van concrete feiten en omstandigheden een begin van twijfel aan de juistheid van de verklaring van de ambtenaar wordt aandragen.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een op een telefoon gelijkend voorwerp met zijn rechterhand vasthield. Bij de staandehouding zag ik dat het een mobiele telefoon betrof. (…)
Naam van betrokken ambtenaar: [B] (…)
Naam van ambtenaar 2: [C] (…)’’
5. In het aanvullend proces-verbaal van 14 september 2018 verklaren de ambtenaren – voor zover hier relevant – als volgt:
“Wij hebben betrokkene zien rijden terwijl
hij[cursivering hof] de telefoon in zijn rechterhand vasthield. Wij waren vlakbij betrokkene en hadden duidelijk zicht.’’
6. Gelet hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de ambtenaren daadwerkelijk hebben waargenomen dat de betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon heeft vastgehouden. Nu het hof op basis van de voorhanden zijnde informatie niet met zekerheid kan vaststellen dat de gedraging is verricht, kan de aan de betrokkene opgelegde sanctie niet in stand blijven.
7. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.