De betrokkene kreeg een sanctie van €230 opgelegd voor het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 29 januari 2018. Zij stelde dat zij geparkeerd stond en vanwege reumatoïde artritis haar rechterarm niet naar haar oor kon brengen. Ook wees zij op een fout in het geslacht in de ambtenarenverklaring.
Het hof benadrukte dat de verklaring van de ambtenaar niet automatisch geloofd wordt; er moet concrete twijfel zijn om de verklaring te weerleggen. Gezien de onduidelijkheden en de discrepantie in de verklaring ontstond bij het hof gerede twijfel of de gedraging daadwerkelijk had plaatsgevonden.
Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie, en verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond. De zaak werd gerestitueerd aan de advocaat-generaal voor verdere afhandeling.