Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om de door het Duitse Amtsgericht vastgestelde kinderalimentatie te wijzigen vanwege zijn faillissement en gewijzigde financiële situatie. De kinderen verblijven sinds 2017 hoofdzakelijk bij de vrouw in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is.
De man stelde dat zijn faillissement en gewijzigde inkomsten een wijziging van omstandigheden vormden die een verlaging van de alimentatie rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat de man zijn stellingen onvoldoende had onderbouwd met bewijsstukken zoals jaarrekeningen, loonstroken of belastingaangiften. Ook was niet gebleken dat het faillissement nog voortduurde of dat de rechtbank Papenburg geen rekening had gehouden met het faillissement.
Het hof wees het verzoek tot wijziging af en bekrachtigde de eerdere beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. Daarnaast werd de man veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vrouw, omdat hij zijn standpunten onvoldoende had onderbouwd. De vastgestelde kinderalimentatie blijft daarmee ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Verzoek tot verlaging kinderalimentatie afgewezen; oorspronkelijke alimentatie blijft ongewijzigd.