Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 maart 2020 uitspraak gedaan in hoger beroep over de uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2017. De ouders voerden beroep aan tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en verzochten onder meer om vervanging van de gecertificeerde instelling (GI) en uitbreiding van contactmomenten.
De feiten tonen aan dat de minderjarige is geboren in een turbulente opvoedingssituatie met veel stress en onrust. De kinderrechter heeft reeds in januari 2018 een voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verleend. De machtiging is sindsdien meerdere malen verlengd, waarbij de ouders herhaaldelijk kansen kregen om mee te werken aan hulpverleningstrajecten, waaronder een opname bij een behandelinstelling. Deze trajecten zijn echter niet succesvol afgerond vanwege wisselende acceptatie en onvoldoende samenwerking van de ouders.
Het hof oordeelt dat de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing zijn vervuld en dat de ouders onvoldoende hebben gedaan om de situatie te verbeteren. De continuïteit en veiligheid van de minderjarige bij de pleegouders wegen zwaarder dan een thuisplaatsing. Verzoeken van de ouders tot vervanging van de GI en uitbreiding van contactmomenten worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en het ontbreken van gronden.
Het hof bekrachtigt derhalve de beschikking van de kinderrechter en benadrukt dat het aan de ouders is om aan zichzelf te werken en de hulpverlening te accepteren om in de toekomst mogelijk meer contact met de minderjarige te realiseren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de uithuisplaatsing en verklaart de verzoeken van de ouders tot vervanging van de GI en uitbreiding van contactmomenten niet-ontvankelijk.