Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn ouders van een minderjarig kind over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. Na beëindiging van de co-ouderschapsregeling woont het kind sinds januari 2018 volledig bij de vrouw. De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €322 per maand met ingang van 24 augustus 2018.
De man ging in hoger beroep met twee grieven: betwisting van de behoefte van het kind en de verdeling van zijn draagkracht. Hij stelde onder meer dat de draagkracht van zijn nieuwe partner buiten beschouwing moest worden gelaten omdat zij volledig voor haar eigen kinderen zorgt. Het hof oordeelde dat er sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden en dat de draagkracht van de nieuwe partner in dit specifieke geval buiten beschouwing mocht blijven.
Op basis van de behoefte van beide kinderen en de draagkracht van de man en vrouw bepaalde het hof dat de man €241 per maand aan kinderalimentatie moet betalen. Tevens veroordeelde het hof de vrouw tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie vanaf het moment dat het hoger beroep werd ingesteld. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.
Uitkomst: De man betaalt vanaf 24 augustus 2018 €241 per maand kinderalimentatie en de vrouw moet te veel ontvangen alimentatie vanaf 18 juni 2019 terugbetalen.