ECLI:NL:GHARL:2020:2349
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Verrekening restant koopsom met legitieme portie in nalatenschapsprocedure
In deze civiele nalatenschapszaak staat centraal de vraag of een restant koopsom van een woning kan worden verrekend met de vordering tot betaling van de legitieme portie. De executeur, tevens enig erfgenaam, vordert betaling van een restant van €38.575,-, terwijl appellante haar legitieme portie opeist.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van de legitieme portie af omdat deze was ingesteld tegen de executeur en niet tegen de erfgenamen. Het hof oordeelt echter dat de executeur de erfgenamen vertegenwoordigt en dat de vordering daarom wel kan worden beoordeeld. De vordering tot betaling van de restant koopsom wordt bevestigd omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat de akte van afstand een schijnovereenkomst is.
Appellante stelt dat erflater nog over ander vermogen beschikte dat niet in de boedelbeschrijving is opgenomen, waaronder buitenlandse bankrekeningen, levensverzekeringen en onroerend goed. Het hof vindt dat zij onvoldoende onderbouwing heeft geleverd en dat de legitieme portie nihil is op basis van de boedelbeschrijving. Wel beveelt het hof dat de executeur aanvullende stukken overlegt voor een juiste berekening van de legitieme portie en verwijst de zaak naar de rol voor nadere besluitvorming.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot betaling van de legitieme portie toe en verwijst de zaak terug voor nadere stukken en berekening.